Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

beschouwen. Het is onnoodig deze stelling nog te onderzoeken. En dit geldt evenzeer voor de beweerde stelling, dat aanbod Verzag is bij geweigerde Ubergabe, want deze zou niets opleveren in de gevallen waarin de Ubergabe zou zijn tot stand gekomen.

Met vreugde constateert Staub dat het Reichsgericht, na zijn theorie over de Einzelschadensersatzpflicht aangenomen te hebben '), eveneens het vervolg accepteerde, de analogische toepassing van § 326 B. G. B., óók op de koopovereenkomsten, speciaal bij het sukzessive Lieferungsgeschaft wegens ondeugdelijke levering2).

S. K. zegt in 1913 naar aanleiding hiervan, dat wel algemeen de toepasselijkheid van de paragrafen over Unmöglich' keit der Leistang, over Leistungsverzug en over Gewahrleistung is verworpen, ook door het Reichsgericht, hoewel dit eerst na het gebruik van de beide eerstgenoemde begrippen een zelfstandig begrip der positiven Vertragsverletzungen opstelde.

Toegelicht wordt dit nog aldus: Den wetgever, die gemeend had het vraagstuk van de met-vervulling van contractueele verplichtingen voldoende opgelost te hebben, was ontgaan dat daarmee niet was voldaan aan de behoefte waarin de regel, die men in art. 1184 Code Civil") vindt, voorziet, en die toch eigenlijk als uitgangspunt en richtsnoer gediend had voor die bepalingen; de inhoud is: dat elke Verttagsverletzung den Weg zur Vertragsauftösung und zu euiem Schadensersatzanspruch eröffhet*). S. K. vermeldt dan dat Staub de eerste was die een regel opstelde, gelijkwaardig aan art. 1184 Code Civil: „dass positive Rechtsverletzungsakte, die den Vertragszweck gefahrden, den Verzugsfolgen gleichstehende Wirkungen der Art haben mussen, dass die ent-

') E. Z. S. 52 S. 18; E. Z. S. 53 S. 200; R. G. 27 Nov. 1903 in

D J. Z. 1904 S. 60. — S. B. hoofdstuk V. *) R. G. 23 Febr. 1904, D. J. Z. 9 S. 342 (E. Z. S. 57 S. 25). ») Art. 1302 B. W. 4) E. 374—172.

Sluiten