Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

]fi deze gevallen is naast de hier reeds geldende schadevergoeding het nieuwe schadevergoedingsrecht overbodig.

§ 3. De Nederlandsche en de Duitsche wet.

Trachten wij nu te komen tot een vergelijking van de Nederlandsche en de Duitsche wet, ons beperkend tot de ondeugdelijke levering bij den genuskoop.

Art. 1303 B. W. geeft den kooper de rechten op nakoming, ontbinding, schadevergoeding. Wij hebben dit, mede aan de hand van artt. 4540 B. W. vlg. uitgelegd en aangevuld'tot: nakoning, ontbinding, prijsvermindering, elk dezer met of zonder schadevergoeding, en schadevergoeding alleen.

Afgezien «u van een onontneembaarheid dezer rechten, of andere speciale punten in de toepassing, waarover we nog zullen spreken —onze wet geeft een uitgesproken recht op schadevergoeding (art. 1302 B. W.).

De Duitsche wet gaf dit niet. Daar moest het recht op extra wijze verdedigd worden ').

Dit behoefde Nederland niet! Het overnemen van de daarvoor gemaakte theorie was in dit licht beschouwd een volkomen overbodigheid. Wij willen afzien van de o.i. onjuiste vertalingen; wij achtten immers op de enkelvoudige koopcontracten den eersten regel toepasselijk, en deze behelst niet meer dan de schuldhafte Pflichtverletzung, de aansprakelijk stellende verzaking eener verplichting. De benaming positieve contractbreuk (P. C.) is een vertaling van de karakteristiek van den tweeden regel, die der P. V.

Maar er is meer! De uitdrukking P. C. wordt bij ons niet eens gebruikt om de schadevergoedingsplicht te verdedigen, zooals Staub deed, doch om de onontneembaarheid van het recht op ontbinding te constateeren. Het is duidelijk, dat dit een .ongeoorloofd gebruik is van de bewuste theorie.

Slechts een ding zou het gebruik van de uitdrukking P. C. kunnen redden. NL wanneer zij gebruikt zou worden om een ') Zie blz. 38.

Sluiten