Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

ZUIVERING.

Na op de kwestie der positieve contractbreuk eenig licht geworpen te hebben, zijn we tot de kern der zaak genaderd. Opgemerkt werd, dat de vragen naar de noodzakelijkheid der I., de mogelijkheid van zuivering, e.d. voor alle verbintenissen, niet in het algemeen beantwoord moeten worden. Voor den koop, en wel in ons geval den genuskoop, moeten wij nagaan wat van deze dingen te zeggen is. Het eigen karakter der speciale rechtsverhouding moet ons den weg wijzen.

De vragen naar de zuivering van het verzuim, de zuivering van de wanprestatie naar den inhoud, de onontneembaarheid van het recht op ontbinding, zij worden tot één vraag: wat zegt ons het karakter van den genuskoop, welke is de bedoeling, die bij beide partijen voorzat, toen de overeenkomst tot stand kwam?

De onontneembaarheid van het recht op ontbinding bij wanprestatie — „het verkregen recht" — wordt gewoonlijk bewezen met de positieve contractbreuk en een beroep op artt. 1302 en 1303 B.W. zelf. In tegenstelling met Frankrijk, waar de rechter geacht wordt de ontbinding te scheppen, wordt hier te lande de rechter geacht slechts de vervulling der ontbindende voorwaarde te constateeren; de rechter spreekt dus wel de ontbinding uit, maar schept haar niet Dit is de leer van den H. R. sedert het begin der 90er jaren ').

Van het door Hamaker en Drucker verdedigde stelsel1) moesten wij vragen of het wel logisch was. De grond

') Zie blz. 13.

2) Zie blz. 12 vlg. Houwing heeft (W. P. N. R. 2018 en 2070) aan dat stelsel een historische grondslag gegeven.

Sluiten