Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65

met een verwijzing naar de studie van Verstegen, waarin behandeld wordt op welk moment het onderzoek van de geleverde waar verlangd kan worden; in welke gevallen dat onderzoek geheel of gedeeltelijk kan worden uitgesteld en waarom; door welk uitstel van onderzoek of welke daden het klachtrecht als vervallen moet worden beschouwd. Het tijdstip der aanvaarding speelt bij hem een absoluut ondergeschikte rol, daar dit ons in elk geval moeilijkheden zou veroorzaken.

In deze studie is systematisch uitgewerkt, dat de kooper onder zekere omstandigheden het onderzoek min of meer mag uitstellen en voorts dat diverse factoren aanleiding kunnen zijn tot de conclusie, dat het klachtrecht daardoor was verloren en de klacht, daarna geschied, te laat was ingediend. In andere termen: zij zegt ons in welke gevallen het „verkregen recht" nog geldt lang na de levering, en in welke gevallen dat „verkregen recht" door andere factoren is te niet gedaan.

Ook op deze, derde wijze wordt dus de onontneembaarheid der ontbinding beperkt.

Wij herinneren eraan dat Drucker1) in de omstandigheid, dat de rechters in Frankrijk, België en ten onzent, een gebleken tekortkoming dikwijls niet ernstig genoeg achtten om de ontbinding te rechtvaardigen, een ernstigen aanslag zag op het „verkregen recht". Naar onze meening is het recht onontneembaar; zijn bestaan eenerzijds wordt bewezen door het afwijzen der zuivering, anderzijds wordt het beperkt door de geringe fouten die óf verplichten de waar voetstoots te accepteeren, öf met een prijsvermindering c.q. schadevergoeding genoegen te nemen, en door het verval van het klachtrecht in velerlei omstandigheden.

In een nieuwe wetgeving als de Duitsche is de geringe tekortkoming als grond voor eisch uitgeschakeld. Dit geeft § 459 B. G. B. op de volgende wijze aan: „Eine unerhebliche Minderung des Wertes oder der Tauglichkeit kommt nicht ') R. M. 1915, blz. 573 vlg.

Sluiten