Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

131

incidenteele beslissingen genomen moeten worden, is natuurlijk in elk geval een aparte zaak.

Tot welk resultaat leidt Kuijks beschouwingswijze in de gevallen, waar een bepaalde eigenschap wordt toegezegd? De moeilijkheid is, dat dan een bepaald voorwerp verkocht is en tegelijk bepaalde eigenschappen zijn toegezegd zoodat, wanneer het voorwerp die eigenschappen niet bezit, er een zekere tegenstrijdigheid in de verplichtingen des verkoopers ligt. Immers verkooper moet en mag alleen leveren het verkochte voorwerp en hij moet tegelijkertijd zorgen voor zekere eigenschappen.

Allereerst de vraag of een dergelijke overeenkomst wel bestaanbaar is. O.i. wel, en dit komt doordat ook het species gewoonlijk voor een of ander, vooruit bepaald doel, wordt gekocht. Voor kooper, die van het voorwerp door enkele beschouwing of korte proef de capaciteit waarneemt, is het niet gemakkelijk die geheel te verwachten capaciteit te waardeeren. Verkooper weet dat vermoedelijk wel, althans beter dan kooper. Stelt kooper zekere eischen, dan kan verkooper daarover althans uitsluitsel geven, indien hij van de capaciteit van het voorwerp in den loop des tijds dien indruk heeft gekregen. Natuurlijk kan hij in geen geval vereischten toezeggen, waarvan hij weet dat ze niet aanwezig zijn, noch ook kunnen worden aangebracht. Het kan dus enkel betreffen tot het voorwerp behoorende eigenschappen.

Voor Kuijk zou de afwezigheid van zulk een eigenschap zeker een subjectief gebrek moeten zijn. Zou de ontbinding, die het gevolg is van dwaling, in al deze gevallen echter wel gewenscht en noodig zijn? In de meeste gevallen zal de afwezigheid dier eigenschappen een verminderde bruikbaarheid (opbrengst) beteekenen; dit wordt vermoedelijk door een prijsvermindering (schadevergoeding) voldoende gecompenseerd.

Bovendien is er bij dergelijke eigenschappen van een subjectiviteit geen sprake, doch is het toezeggen een objectief

Sluiten