Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

begrip, dat het de individuen rijn die deze maatschappij constitueeren" (XII, Dl. I, 42). Het groote stadsleven bezat weinig poëzie meer, de Hollandsche atmosfeer was rationalistisch getint. „Dat het bestaan op aarde alleen eenige beteekenis had, als het in verband werd gebracht met het begrip van het eeuwige, werd bovendien in de drukke Hollandsche hoofdstad zelden iets gevoeld" (XII, Dl. I, 16). Maar juist in die dagen (1850) leefden er in de hoofdstad een drietal mannen, die dit leven van individualieering, rationaliseering en liberalisme trachtten te doorbreken. De eerste was hoogleeraar, de tweede werd het juist, de derde betrad in 1853 als hun leerling de studentenbank.

Jhr. de Bosch Kemper, Martinus des Amorie van der Hoeven en Quack. Dat is een driemanschap, dat in deze schets niet mag ontbreken. Socialist waren zij geen van drieën, maar met een open oog voor de nieuwe gedachten der tijden zijn zij van biezonderen invloed geweest voor de waardeering van en het inzicht in het socialisme. Betoogde Quack in zijn studententijd niet reeds, dat „de ideeën der socialisten van het jaar 1848 wellicht in de toekomst reden van bestaan zouden hebben ?" (XII, Dl. I, 35). Het is bovenal een strijd tegen de vrijhandelsgeest van Thorbecke met al haar streng doorgevoerde consequenties. Prof. Rauschenbusch zegt in een voordracht over „Das soziale Erwachen in den Kirchen Amerikas" na vermelding van een aantal feiten: „Ich habe Ihnen diese Tatsache vorgefuhrt als Anzeichen der immer stérker anschwellenden sozialen Bewegungen innerhalb der Kirche. Die ganze Sache ist natürlich noch wie junger Most, unklar und garend. lm ganzen darf man sagen, dasz ein idealistischer Sozialismus sich herausbildet. Man bewegt sich jedenfalls fort von der früber herrschende Manchesterlichen Theorie des Staates. Man wird dem staatlichen Eingreifen zum Arbeiterschutz geneigter und ist überhaupt bereit, die staatlichen Funktionen zu erweitern." (XIII, 34). Dit nu is in ons land de taak geweest van de Bosch Kemper, van der Hoeven en Quack. Het zijn niet alleen wetenschappelijke werken, waardoor zij hun invloed hebben uitgeoefend. Toch is er van ieder een werk te noemen, waarin hij de hoofdlijnen van zijn gedachten bepaalt: van de Bosch Kemper „De Wetenschap der Zamenleving", van M. van der Hoeven het kleine maar zoo zuivere boekje „Over het Wezen der Godsdienst" en van Quack zijn bekend werk in zes deelen „De Socialisten"

Sluiten