Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

„Als ik het (socialisme) aanvaard, dan moet er naar veranderd worden m'n eten, m'n drinken, m'n slapen. De wijze, waarop ik m'n medemensch groet op straat is er afhankelijk van. In m'n denken, voelen, willen, maar vooral ook in al m'n werken moet ik steeds meer blijken te zijn socialist. Dit wijst de S.D.A.P.-man af met beroep op der omstandigheden niet weerstaanbare macht. Ais hij door z'n wetten den toestand der wereld in orde gemaakt heeft, zal hij ook z'n eigen leven zuiver maken. En evenzeer wijst de revolutionaire socialist ditzelfde af. Hij wacht met de herschepping van zijn eigen persoonlijk leven, totdat de (gewelddadige) revolutie alle dingen uit elkaar zal hebben gescheurd en een nieuwe orde van zaken in het leven geroepen is. Zij begaan hier nu een fout, waardoor het socialisme niet wordt tot een feit en zijn heil verre blijft van de naar gerechtigheid en geluk dorstende menschheid." (XXI, 7).

Daartegenover is de kolonie een daad, een daad van menschen, „die wetende, ook durven doen". „Wij hebben al genoeg menschen, die (enkel) weten." (XXI, 9). In de kolonie zullen zij de kameraadschap in hun bestaan brengen door de lief deregel: „de meeste van U zijn aller dienaar." Geen standsvooroordeel, geen standsverschil, geen twee klassen van menschen. „Wij zijn allen menschen met gelijke behoefte om op elkander te steunen en door elkander sterk te zijn." Geen meester is onder ons dan alleen het eigen in gebed of overpeinzing en in onderling samenspreken zich zuiverend geweten." (XXI, 11).

Echter ook deze verheven en edele poging om in broederschap te leven, mislukte. Het zuiver anarchistisch beginsel werd tot losbandigheid. Enkelen (de Koe en zijn vrouw) meenden dat zonder bepaalde sancties een verder samenleven niet mogelijk sou zijn en wilden daarom de kolonie verlaten. Toen deed S. C. Kijlstra nog een poging om door een brief gericht aan de kolonie, waarin een leefregel werd voorgesteld, de makkers bijeen te houden. Deze brief, in het bezit van A. de Koe, is daarom merkwaardig, omdat zij allereerst een beeld geeft van het dagelijksch leven der kolonie, terwijl bovendien de daarin voorgestelde leerregel iedere sanctie mist die bij niet opvolgen der leefregel toegepast zou kunnen worden. Om deze reden kon zij dan ook niet aanvaard worden. De Koe gevoelde het anarchisme niet meer als een op eigen wortels rustend levensbeginsel maar als de laatste en meest consequente

Sluiten