Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47

sociaal onrecht en sociale misstanden rekent niet met de materiëele machten, die dit sociale onrecht, deze sociale misstanden mogelijk maken, het houdt slechts rekening met de gevolgen van het kapitalistisch productiestelsel, niet met het vloekwaardige van dit stelsel zelve, dat tot dergelijke gevolgen leiden moet.

De Klaroen wil dan: „een dragelijker maken van toestanden, die ondraaglijk zijn".

En als de heer v. d. Laar vraagt, wat wij in het heden willen doen, dan is het eenige antwoord, wij willen als gij, maar.... in dit practisch bereikbare van het heden, zullen wij als christen-socialisten een andere intentie hebben dan gij, christelijk-socialen. Waar wij, mét U, getuigen zullen tegen sociaal onrecht en sociale misstanden, getuigen wij tegen U en ook tegen hetgeen wij-zelf in het heden mochten bereiken, omdat het ondanks net betere sociaal onrecht blaft" i).

Naar rechts staat Mr. v. d. Laar principieel gescheiden door zijn geloof in „de eenheid van heel het menschelijk geslacht" met zijn daaruit logisch volgend „peraequatie" streven, dat juist de christeÜjk-historischen afwijzen daar zij met het beroep op de door God gewilde natuurlijke ongelijkheid tevens de sociale ongelijkheid handhaven, terwijl de eenheid van het menschelijk geslacht ook naar links de slagboom is die hem van het socialisme afhoudt. Zij veroorzaakt een willen dragelijker maken van toestanden, zonder deze toestanden zelf te wijzigen.

Het grondverschil met het socialisme ligt in de opvatting van de zonde. Door de zonde is de natuur in verwarring geraakt. „Die verwording stelt grenzen aan het menschelijk pogen, aan het menschelijk handelen, aan de menschelijke verantwoordelijkheid. Niet aan ons, de verbreking in de natuur te herstellen. En zoo staat het nu ook met de maatschappelijke toestanden. Niet aan ons heel de maatschappij pm te zetten" 2). Daartegenover stelt het christensocialisme het zuivere solidariteitsbesef dat hier bij Mr. v. d. Laar zoek is. „Zoodra wij weten van iets, wat niet is naar de bedoelingen des Geestes, zijn wij daarvoor mede verantwoordelijk, en moeten wij naar onze kracht doen, wat wij kunnen, om onrecht recht te maken". „Dat

M Opwaarts, Jrg. 2, n°. 25. 2) De Klsroen, Jrg. 2, n°. 29.

Sluiten