Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

gehad. Er is geen beter middel de menschen tot crematie te bekeeren, dan de bijwoning van een crematie; er is geen beter middel om ze' tot leden te winnen, dan een hoog tarief voor niet-leden. Met de sterke wisseling van het aantal afdeelingen ging begrijpeüjkerwijs ook het aantal leden op en neer, helaas dus in de eerste jaren meer neer dan op.

De aantallen leden bedroegen:

Gewone leden Gewone en buitengewone leden

1874— 5°i 1889—704 1904— 598 1919-^2943

1875— 1315 1890—798 1905— 594 1920—3434

1876— 1300 1891—766 1906— 678 1921—3731

1877— 1250 1892—745 1907— 718 1922—3985

1878— 1100 1893—707 1908— 850 1923—4279

1879— 950 1894—705 1909— 844 1924—4900

1880— 821 1895—778 1910— 884

1881— 771 1896—655 1911—1032

1882— 710 1897—645 1912—1077

1883— 712 1898—666 1913—1209

1884— 684 1899—693 1914—1273

1885— 678 1900—646 1915—1486

1886— 662 1901—659 1916—1758

1887— 685 1902—659 1917—1997

1888— 672 1903—604 1918—226Ó

Uit bovenstaand staatje blrkt, dat van af de stichting tot 1888 het ledental elk jaar daalde. Na 1888 komt er een kleine rijzing, een gevolg van de door Leiden voorgestelde en door de Alg. Verg. aangenomen invoering van buitengewone leden. Het voorstel had echter niet de gewenschte uitwerking, omdat de meeste afdeelingen het „middel" van het buitengewone lidmaatschap niet toepasten, zooals dat in de bedoeling van den voorsteller gelegen had.

Daardoor begon reeds weder na twee jaren het totaal, nu van gewone en buitengewone leden, te dalen tot in 1904. In dat jaar wordt door de Alg. Verg. te Rotterdam besloten over te gaan tot den bouw van een crematorium. (Dat was de 2e maal, daar in 1889 eenzelfde besluit genomen was, maar niet uitgevoerd om financieele redenen.) Van af dat jaar neemt het aantal leden geregeld toe, het sterkst, nadat in 1914 de lij koven in geregeld gebruik was genomen en aan het lidmaatschap der Vereeniging niet onaanzienlijke voordeelen verbonden waren geworden voor het lid en zijn gezin. Wel moet met waardeérjng erkend worden, dat eenige afdeelingen omstreeks die jaren ook de propaganda flink ter hand namen, maar zeer zeker zou naar schrijvers meening het resultaat niet zóó geweest zijn als de propagandisten niet het machtige argument van het economisch voordeel hadden kunnen aanvoeren. Niet, dat het economisch voordeel van het lidmaatschap tegenstanders tot voorstanders heeft bekeerd — maar wel heeft het velen van de voorstanders tot het lidmaatschap overgehaald. Het aantal voorstanders-niet-leden is ongetwijfeld nu nog ontzaglijk veel grooter dan het aantal voorstanders-leden.

Sluiten