Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

leening van / 70.000. Ongeveer gelijktijdig (1906) met de voorbereiding van dit besluit, werd door de Vennootschap Westerveld op haar begraafplaats te Driehuis, gemeente Velsen, terrein aangeboden voor den bouw van een crematorium. In korten tijd leverden de onderhandelingen een zoodanig resultaat, dat gedurende de pauze van de Algemeene Vergadering van 1906 te Haarlem, de aanwezigen in de gelegenheid gesteld konden worden het terrein te bezichtigen en na de pauze dezelfde vergadering het Hoofdbestuur kon machtigen het con"tract met genoemde Vennootschap af te sluiten. Zoo bezat dus het Hoofdbestuur de bevoegdheid een rentelooze leening aan te gaan en terrein in erfpacht te nemen. Bij deze voorbereidende faculteiten ontbrak nu nog slechts één: een project voor een crematorium. En ook daarin werd voorzien. Het was de heer Marius Poel, toen architect te Hilversum, die een plan aan het H.B. ter keuring voorlegde. Het droeg de waardeering van de leden van het H.B. zoozeer weg, dat het besloot het ontwerp aan de Algemeene Vergadering ter uitvoering -aan te bevelen. En zoo geschiedde het, dat den 28 Sept. 1907 het besluit viel, dat de Vereeniging op een gedeelte van de begraafplaats Westerveld te Driehuis het voorgelegde plan zou doen bouwen, als.... het noodige *geld geheel bijeengebracht zou zijn. De laatste bepaling, voorwaarde, die op de Alg. Verg. voor alle zekerheid nog eens nadrukkelijk bij het besluit werd gevoegd, was een uiterst verstandige, maar bleek alras een voorloopig beletsel van beteekenis te zijn. Want het duurde tot 26 April 1910 vóór het rentelooze voorschot bijeen was. Toen kon dus voortgang gemaakt worden. Den 12 Jan. 1912 werd het werk aanbesteed en gegund aan gebr. Koolhaas te Amsterdam. Zes maanden na aanvang van den bouw ging de leiding over aan den bij het werk werkzamen opzichter den heer P. van Dijk. De bezoekers van de Alg. Vergadering van 5 Oct. 1912 brachten tusschen de twee deelen der vergadering een bezoek aan het werk in aanbouw, waar van den top van de dien morgen geplaatste eerste kapspant de vlag woei. En eindelijk dan brak de dag aan, waarop voldaan zou zijn aan een reeds zoovele jaren gekoesterden wensch, het bezit althans van een inrichting, waar 'Crematies c.q. zouden kunnen geschieden. Op den 27 September 1913 werd het eerste crematorium in Nederland ingewijd. De plechtigheid had plaats tusschen de twee deelen der Algemeene Vergadering, met een rede van den algemeenen voorzitter, gevolgd door een demonstratie met toelichting van den gang eener crematie. De plechtige inwijding werd gevolgd door een maaltijd, waaraan een zeer groot aantal leden met hun dames deelnamen, en waar aan allen, die zich ver-dienstelijk hadden gemaakt voor den bouw door verscheidene sprekers hulde werd gebracht. Als een, aan wien dit om zijn groote en belangelooze diensten der Vereeniging bewezen, ten volle toekwam, werd toen aan den heer Ir. J. A. G. van der Steur, b.i., het eerelidmaatschap aangeboden en door hem aanvaard — en een gelijke onderscheiding bewezen aan mevrouw C. C. a. van der Hucht—v. Kerkhoven, die, op een oogenblik toen alles weder dreigde ineen te storten, door een aanzienlijke geldelijke toezegging redding bracht.

Het Crematorium stond er nu maar de proeven (en beproevingen) met den oven namen nog zeer vele maanden in beslag. Toen ook brak de tijd aan, waarin men zou gaan zorgen voor meubileering en

Sluiten