Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

dat bij epidemieën en groote rampen in deze tijden ook crematie is toegepast: 1495 na den slag bij Fornoro, 1509 en 1576 te Venetië tijdens de builenpes*, 1627 in Apulië na een aardbeving, 1630 in Mantua, 1656 in Napels, 1743 in Reggio (Calabrië) en in 1764 in Dalmatië.

Hier en daar vinden we in de geschiedenis nog enkele verspreide gevallen van lijkverbranding uit aesthetische overwegingen. Zoo is het lijk van Prinses Sophie van Saksen—Weissenfels, tante van Frederik den Groote in 1752 te Roswald verascht, Lord Byron heeft zijn vrienden Shelley en William, die bij een boottochtje in de buurt van Napels verdronken, krachtens een wederzijdsche belofte, op een brandstapel verbrand.

Van meer theoretisch dan practisch belang voor de zaak der lijkverbranding is geweest, dat de eerste Fransche Republiek deze fijkbehandeling officieel toestond, maar bij den gebrekkigen stand der oventechniek zijn uit die dagen maar zeer weinig gevallen van werkelijke verassching bekend geworden.

Dat fijne, gevoelige gedachten ook van ouds aan de crematie verbonden waren, leert een roerende Romeinsche gewoonte. Als het vuur in den brandstapel zou gestoken worden, beklom eerst nog de persoon, die de oogen van den doode gesloten had het gevaarte, opende weer de oogen van den doode om deze op den hemel te 'vestigen, waarheen zijn ziel moest opstijgen en gaf daarna den laatsten kus.

Ethiopiërs, Carthagers, Indiërs en Tartaren verbrandden eveneens hun dooden.

xjv vuurnaamste vereemgmgen voor lijkverbranding — hun opsomming geeft tevens een beeld van A* ntthiwHinir aor .

Australië: The Cremation Society of Australia te Sydney, The Brisbane Cremation Association en The Auckland Cremation Society N.Z ; in Azië: The Cremation Society of Bengal; in Afrika: The Natal Cremation Society; in Noord-Amerika: Cremation Association of Amenka (U.S. en Canada) en The Massachusetts Cremation Society; in Zuid-Amerika: Sociedad para la propagacion de la Incineration (Cuba) en de Association Argentina de Crémation (Argentinië) ; in Europa: Société Coopérative Beige de Crémation; Societa di Crémazione (Italië) ; Die Flamme Puitschland); The Cremation Society (Engeland); Société pour la propagation de la Crémation (Frankrijk); Norsk Kremations- Forening (Noorwegen); Svenska Eldbegangelse Forening (Zweden) ; Folkekg Ligbraendings Forening penemarken) ; Société de Cremation de Genève, Société Vaudoise de Crémation en Société Neucblteloise de Crémation; Tsjecho-Slowakije : Ki«taatorium Society Laatstgenoemde vereeniging, pas na den wapenstilstand opgericht, had Juli 1924 ruim 23000 leden en gemiddeld ruim 1800 crematies per' jaar De pleidooien van Joh. Gottfried Dingler in 1829 Jacob Grimm in 1849, Jacob Moleschot in 1852, Dr. J. P. Trüsen, de verbetering van de oventechniek, de vooruitgang der bacteriologie welke het kerkhofgevaar scherp belichtte, het toenemend gebrek aan goeden kerkhofgrond, de Fransch-Duitsche oorlog enz. hebben ongeveer tegelijkertijd in de jaren 1870—1880 in alle beschaafde landen de algemeene aandacht wederom op de crematie gevestigd en zij zijn de inleiding geworden tot een worsteling, om op behoudzucht, benepenheid en fanatisme, de vrijheid van den mensch, met zijn stoffelijk

Sluiten