Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

De Stedendag had intusschen nog lang niet den tegenstand der Oostennjksche Regeering gebroken. De Vereeniging besloot derhalve het voorbeeld van Hagen in Westfalen te volgen en een „Kampfkrematorium" te bouwen m.a.w. de regeering voor een voldongen feit te plaatsen. Niemand zou kunnen beletten, dat men een crematorium bouwde en dan zou men wel verder zien.

Het gemeentebestuur van Reichenberg werd onder leiding van den energieken burgemeester, Dr. Bayer, bereid gevonden, de krachtproef uit te voeren. De Weensche Vereeniging zou de gelden verschaffen en de Gemeente zou deze terugbetalen, zoodra het crematorium het bedrijf zou kunnen beginnen.

De vijanden gaven bij het dreigend gevaar geen kamp en de Stadhouder van Bohemen het Mei 1910 den burgemeester weten, dat hij het besluit tot den bouw van het crematorium enz. vernietigde. Met deze mededeeling was een achtjarige oorlog om het crematorium van Reichenberg begonnen. Toen Reichenberg — we zullen de details der worsteling tusschen Rijk en Gemeente niet volgen — zegevierde, ging de Donau-Monarchie te gronde. 31 Octöber 1918 gelastte Dr. Bayer de eerste crematie, trots het verbod der Regeering. Zij betrof het stoffelijk overschot van den koopman Robert Jahn.

Grenzen gingen de Boheemsche Vereeniging en de Weensche scheiden; de laatste kon opnieuw en alleen den strijd voortzetten, 't Was wel om er den moed bij te verhezen, maar de wakkere mannen hebben niet gewanhoopt. Thans moest noodiger dan ooit Weenen een crematorium hebben. De omwenteling bracht in Jacob Reumann en de sociaal-democraten een anderen wind op het Stadhuis van Weenen. Door stichting van arbeiders-vereenigingen voor lijkverbranding won de oude vereeniging vele nieuwe aanhangers. Gezamenlijk richtten zij 6 Juni 1919 een verzoek tot den Gemeenteraad en deze behandelde dit reeds op den nen Juni, met het gevolg, dat een commissie werd benoemd, die zoo spoedig mogelijk de crematie-kwestie moest oplossen.

Er rest ons nu nog, kort de geschiedenis van het crematorium te Weenen te vertellen. Het nieuwe stadsbestuur en de gemeente waren willig genoeg, maar het ontbrak aan geld. De Vereeniging bood toen aan, het geld voor te schieten. De raming was in die dagen 3 tot 4 millioen kronen. De Gemeente zou den grond verschaffen en het bouwplan betalen.

De heer Siedek wist spoedig een groote Weensche bank voor de levering van het geld te vinden, zoodat de Vereeniging begin November 1920 het geld beschikbaar kon stellen. Opeens veranderde de toestand toen de stad 22 November besloot, den bouw en de exploitatie van het crematorium geheel voor eigen rekening te nemen.

Dit was natuurlijk even een teleurstelling voor de Vereeniging, die gaarne de eer van de ' oprichting gehad had en gaarne het beheer gevoerd zou hebben, maar zij legde zich in het belang der groote zaak dadelijk zonder morren bij het voldongen feit neer. Alles liep nu snel van stapel. Er werd een prijsvraag uitgeschreven waaraan 70 architecten deelnamen. Men koos het ontwerp van Prof. Dr. Ki.emens Hofmeister te Innsbrück en een oven naar het systeem Klingenstierna* Beek. De gemeenteraadszitting van 7 October 1921 besloot de oorspronkelijke plaats voor het crematorium op het centrale kerkhof te verwisselen met een vrijgekomen zeer goed gelegen stuk grond in de

Sluiten