Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

sporen. Lukte . dit een enkelen keer, dan trachtte Bureaucratius met alle mogelijke middelen het vervoer te beletten.

De spreker vond op den Chemin des Dames en bij Reims in een loopgraaf nog bleekende schedels en in de granaattrechters nog ontbindende lijken. Zeven Maart van dat jaar schreef de Matin, dat bij Sapigneul in de draadversperring nog meer dan 100 lijken van Fransche soldaten lagen en hingen. Op den Hartmannsweilerkopf en aan den Yser treft men dezelfde weerzinwekkende tafereelen aan.

Er is een verordening verschenen, die het opgraven en vervoeren van lijken binnen een termijn van 3 jaar na het sluiten van den vrede verbiedt. Met geld is daar echter wel een mouw aan te passen. De negotie heeft zich van de aangelegenheid meestergemaakt en zij levert aan de families de gesneuvelden uit, die daarbij meestal zeer grof bedrogen worden.

De boeren, die op hun grond dergelijke soldatengraven hebben, trachten deze op allerlei manieren kwijt te raken, en dat daarbij met weinig piëteit wordt opgetreden, behoeft zeker geen betoog. Vijf en twintig duizend man worden aan den zoo noodigen opbouw van het land onttrokken, om de soldatengraven te beredderen en te verplaatsen. Van April tot October 1919 zijn meer dan 20.000 onbegraven lijken ter aarde besteld en meer dan 55.000 opgegraven en naar een andere plaats overgebracht.

Hoe zullen — vroeg de verteller — de Japanners, die in den oorlog met Rusland hun dooden veraschten en de asch naar hun land mee terugvoerden, dit schandaal bij de westersche cultuurvolken beoordeelen ? Welk een onmetelijk voordeel zou tegenover deze ten hemel schreiende toestanden een goed georganiseerde lijkverassching hebben geboden en welke groote gevaren hadden in hygiënisch opzicht door de onvermijdelijke besmetting van lucht, grond en water vermeden kunnen worden ? Hoeveel duizenden famihes van gesneuvelden zouden in hun teederste gevoelens niet ruw gekwetst zijn ?

In dit verband willen we nog iets meedeelen over de stappen, welke Adolphe Pinard, voorzitter van de Société pour la propagation de lTncinération bij kardinaal Dubois, aartsbisschop van Parijs, heeft gedaan.

Hij bracht den kardinaal een bezoek en legde uit, dat Parijs steeds grooter moeite heeft met het vinden van doodenakkers en dat de stad al 20—50 K.M. van haar centrum tegen enorme prijzen zich dergelijke akkers moet aanschaffen. Verder wees hij er op, dat de toenemende voorkeur onder vele katholieken voor verassching dezen op den duur van de Kerk vervreemden moet. Hij vroeg derhalve, dat de kardinaal middelen en wegen mocht vinden, om het kerkelijk verbod opgeheven te krijgen.

De kardinaal hoorde den heer Pinard met belangstelhng aan en hij erkende, dat de toestanden te Parijs het nut van crematie aantoonen. Eindelijk beloofde Zijne Eminentie het verzoek aan de nuntiatuur te zullen doorzenden.

Het schijnt intusschen bij die doorzending gebleven te zijn, want het verzoekschrift is weldra al drie jaar oud.

Het zou ons te ver voeren, al is de verleiding groot, ook nog wat mee te deelen over de schromelijke ervaringen in het buitenland opgedaan met kerkhoven en graven, welke hun ontbindingstaak allergebrekkigst, in enkele gevallen heelemaal niet, vervullen.

4

Sluiten