Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

hierop- neer dat tegenover het doode lichaam de grootst mogelijke passiviteit Chnstehjke plicht is. Bewezen zal nu echter nog moeten worden, dat door begraving aan dien eisch is voldaan. Dat bewijs echter is onmogelijk te leveren, want de onwaarheid van die stelling springt in het oog. ^

Van passiviteit kan slechts sprake zijn, als het doode lichaam onaangeroerd wordt gelaten, ter plaatse waar de ziel het heeft verlaten net begraven is een menschelijk ingrijpen in het natuurlijke ontbindingsproces; het lijk wordt daarmede onderworpen aan invloeden onder den grond, die daarop bij een passieve houding van den mensch met zouden kunnen inwerken en daarentegen onttrokken aan de invloeden boven den grond, die anders daarop hun vrij spel zouden hebben gehad. Dat is niet het eenige. De doode wordt niet onbedekt ™ TViT0* ,deT begraven, maar neergelegd in een kist. Het

is duidelijk, dat het natuurlijke ondergrondsche ontbindingsproces daardoor aanmerkehjk wordt vertraagd % Veelal is men daarmede niet tevreden en metselt een grafkelder. Opnieuw zeer belangrijke vertraging. Toch nog steeds passiviteit ? De hjkverbranding doet juist het tegenovergestelde: zij verhaast het ontbindingsproces. Waarom is ■5? fTT..,6™? vergund en het a^ere niet? En waarom staat de Chnstehjke levensopvatting tegenover de vertraging zóó volmaakt onversdulhg, dat zelfs het balsemen, de gewoonte der vorsten, die als opzettehjk gencht op een zoo lang mogelijk bewaren der lijken diametraal staat tegenover de verbranding, genade vindt in hare oogen?

De theorie van Mr. Gerbrandy is gebouwd op het geloof aan den zondeval. Voor een breede schare van Christenen, die den Paradijsvloek met aanvaarden, geldt dus zijn betoog niet. Hijzelf bezigt het woord „Christelijk" dan ook in den engeren zin, dien van , Gereformeerd . Maar mag de bevolking van Nederland, als geheel beschouwd, dan worden dienstbaar gemaakt aan de Gereformeerde levensopvat-

KfÏÏÏg.'f1 Gt!ds 8^P«*en gebod in het paradijs smakt hem in den afgrond. Si! ™ns*; 2 Z1J? llchaaP. wordt een mine, want over dat fiere lijf, de tot g,tnfT,it i- f'f1, g£Utf £ theorie en PractP de vloek: «Stof m gi en faLen Pn l SJ ^f1"81; Se(iert beweeSt alle menschelijk léven in kennen, „T™ ^Tiif?,21011 a-h"w- tusschen twee polen: de pool van zijn afkomst, zijn I S waarvan een enkele naglans om Christus'wU den mensch is

fpwnrt jS„„d < POn°Ldf verderfs en der aftraak. En de Christen, die door het S »£la?J?fhn^l ,verzekerd ls- dat z«n Uchaam ook nu is een tempel Gods, aanvaardt die dubbele realiteit ook dan, wanneer zijn lijf, stuk voor stuk een tl 0^todend uiteenvalt. Hij wil niet weggeworpen worden als

£ ^aT' het «aat er voor hem ook niet enkel om, om zoo behandeld

h«^^?*H * overlevenden den minsten last van hem hebben en anderzijds, l 1 « vernedering en diep _ch huigend onder den vloek, aanvaardt hi} aie, en geeft zich op genade en ongenade weer aan zijn God en Schepper over, „eenmaal me1: ee»1 verheerlijkt Uchaam uit den dood zal terugroepen ? 8 V00rJiiet,.d00Qe menschelijk Uchaam en de verst doorgevoerde passmteit tegenover dat Uchaam zijn de essentiaüa der Christelijke lijkbezorging.".

) Kn de behandeling van het ontwerp der Begrafeniswet zeide in de Tweede nn^nPtpn6 E?ltaf w^ekhoff, dien wij in dit opstel nog meer zuUen ne^Z?^LV0^TdV V^0et omhulsel van een lijk altijd den kistvorm hfpr Y,aMOm? in de 14e en 15e eeuw n°S was het gebruik van doodkisten 2r me* algemeen daar men de doode in een lijkkleed gewikkeld in het graf neder egde, iets dat gewis in vele gevaUen wel navolging verdiende. Andere omhulsels die spoediger vergaan dan hout, en het lp spoediger met de aarde m aanraking brengen zou ik -verkieslijker achten, omdat dan de ontbinding van het lp veel spoediger plaats vindt dan bij hout en in kisten "

Sluiten