Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

zinspeling op de verschillende vakken van een columbarium. Maar even dwaas is het, de woorden opstanding en herrijzenis anders aan te zien dan als zinnebeeldige uitdrukkingen voor onsterfelijkheid.

Zoo niet, dan gaat men aan het stoffelijk omhulsel eene waarde hechten, die getuigt van een grof materialisme, waarbij alle vergeestelijking van het zieleleven en van zijn nabestaan ten eenen male wordt veronachtzaamd en uit 't oog verloren. Het wordt begrijpelijk, dat Max Muller, de bekende Christengeleerde, wien het waarlijk niet aan geloof ontbrak, ergens opmerkt het „telkenmale ernstig te betreuren, dat de Joden hunne dooden begroeven en niet verbrandden, aangezien in laatstgenoemd geval de Christehjke voorstelling der opstancUng een veel meer geestelijk karakter zou verkregen en behouden hebben." Nu daarentegen is het met vele Christenen als met de spiritisten, die hun geloof aan de persoonlijke onsterfelijkheid willen bewezen zien door materieele manifestaties van zintuiglijk waarneembare geestverschijningen van afgestorvenen, maar die daarmede een materialisme huldigen, waarvan zij juist hen, die niet aan hunne leer gelooven, beschuldigen.

Die laatste gedragslijn vinden wij ook bij die Christenleeraars, welke er steeds op uit zijn crematie en materialisme in één adem te noemen, als waren die beide logisch onafscheidelijk samen verbonden. Ongetwijfeld worden er voorstanders der crematie gevonden, die tevens eene materialistische wereldbeschouwing zijn toegedaan. Maar evengoed worden er materialisten gevonden, die tegenstanders der crematie zijn; evenals voorstanders, die het Christendom aanhangen. Ook hier weer koppelt men twee begrippen samen, die naar hunnen inhoud niet noodwendig bijeenbehooren.

Weer een ander gebruikelijk theologisch argument, tegen de crematie aangevoerd, bestaat hierin, dat men beweert dat daarmede kunstmatig wordt ingegrepen in den loop der verschijnselen, in plaats van dien aan God over te laten en Hem zijn werk te laten doen 1). Ook hier wederom een hoogst gebrekkig argument van niet de minste waarde en alleen aangevoerd „pour le besoin de la cause". Want hoe ware dan wel te denken over ons voortdurend ingrijpen in het natuurlijk verloop der dingen ingeval van ziekten, natuurrampen enz., waarin men zich toch evenmin laat weerhouden op grond van de overweging, dat men zich daarmede zou verzetten tegen Gods wil om dien tegen te werken, hetgeen trouwens volkomen onvruchtbaar zou wezen, gegeven Gods volstrekte almacht.

Nog een andere, even zonderlinge en uit de lucht gegrepen aantijging tegen de crematie bestaat hierin, dat door hare toepassing de eenheid miskend wordt tusschen ziel en lichaam, terwijl in de opstanding zich de samenhang zou uitspreken tusschen de ziel en het lichaam als orgaan van den geest2). Verwonderd vraagt men zich af, wat dit nu weer heeft te beduiden. Er is hier toch geen sprake van eenige algemeene wetenschappelijke psychologische theorie omtrent het verband tusschen lichaam en ziel. Maar zoo niet, dan kan men toch niet het persoonlijk voortbestaan der ziel vastgekhristerd achten aan de

*) Zoo b.v. Ds. G. Wisse, op. cit. pag. 16.

*) Zoo b.v. Ds. Westerman Holstijn in Pro en Contra II, n°. 10, pag. 30.

Sluiten