Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

Als eerste eisch zou ik dus willen stellen: geen verlof tot verbranding zonder vaststeUing van de doodsoorzaak. Die vaststelling zal bovendien op zoodanige wijze moeten geschieden, dat zoowel de weinig waarschijnlijke medeplichtigheid van den behandelenden geneesheer bij het verbergen van de ware doodsoorzaak als de lichter voorkomende vluchtigheid en onnauwkeurigheid van diens onderzoek zooveel mogelijk worden uitgesloten. Zijn verklaring zal daarom aangevuld moeten worden b.v. door de bevestiging van een daarvoor aan te stellen deskundig ambtenaar. Deze beide stukken zullen noodig zijn voor elke verbranding, doch zijn niet steeds voldoende. Eerst daarna zullen de gevallen, waarin een nader onderzoek noodig is, moeten afgescheiden worden van die, waarin met deze verklaringen kan volstaan worden. En dan komt het mij voor, dat men dit laatste alleen kan doen, wanneer door die stukken vaststaat, dat de doodsoorzaak een natuurlijke was. In alle andere gevallen, dus zoowel bij vermoeden van misdaad als bij overlijden door zelfmoord, door een ongeluk en wanneer de doodsoorzaak niet voldoende kan worden vastgesteld, zal een regeling moeten bestaan, die een nader onderzoek mogelijk maakt. Daar in verreweg het grootste aantal sterfgevallen de doodsoorzaak volkomen duidelijk is, wordt door deze scheiding reeds gewonnen, dat een omslachtig onderzoek meestal is uitgesloten. En ook in de andere gevallen is het nog volstrekt niet altijd noodig tot hjksectie over te gaan. Maar ik zou er dan de justitie in willen betrekken, door voor te schrijven, dat in deze gevallen ook het Openbaar Ministerie verlof tot verbranding moet geven. De Officier van Justitie zal dan in de gelegenheid zijn, zich een oordeel over het geval te vormen, na zoo noodig deskundigen er in gehoord te hebben. Wanneer als doodsoorzaak zelfmoord of een ongeluk is opgegeven, zal in vele gevallen de Officier van Justitie het verlof tot verbranden na een zeer oppervlakkig onderzoek al kunnen geven, omdat de opgegeven doodsoorzaak zoo klaarblijkelijk de juiste en de eenig mogelijke is, dat ook dan hjksectie overbodig wordt. Doch wanneer ook maar de minste twijfel overblijft, zou m.i. bij alle vier bovenvermelde rubrieken van sterfgevallen een zoo nauwkeurig mogehjk onderzoek aan de verbranding moeten voorafgaan. Onder deze rubrieken nam ik eiken vorm van een gewelddadigen dood op, dus ook de gevallen, waarin een ongeluk of zelfmoord als doodsoorzaak werden opgegeven. Het komt n.1. dikwijls voor, dat slachtoffers van moord door vergift of verstikking daarna in het water geworpen of opgehangen worden, of wel hun een wond wordt toegebracht en een wapen in de hand wordt gegeven, om den schijn te wekken, dat zij zelfmoord pleegden, of wel dat zij onder den trein of uit een raam geworpen worden, alsof zij een ongeluk gekregen hadden.

Wanneer dus het ongeluk of de zelfmoord niet voldoende door getuigen of omstandigheden bevestigd wordt, is het wenschelijk een nauwkeurig onderzoek naar de juistheid der opgegeven doodsoorzaak te doen instellen, zoowel door hjksectie als door een chemisch onderzoek der inwendige organen. Men moet de mogelijkheid van misdaad in die gevallen als 't ware volkomen hebben uitgesloten, voordat men toestenmiing tot verbranding geeft. Bij het nagaan van die mogelijkheid zal men niet alleen te rade moeten gaan met de omstandigheden van 't overhjden zelve, maar ook moeten letten op hetgeen kort te voren

Sluiten