Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

Blijft het lijk, zooals in onze streken gebruikelijk is, 2—4 dagen boven de aarde, dan zullen lagere en hoogere organismen door verschillende lichaamsholten kunnen binnentreden, schimmelsporen zullen op het lichaam geraken en daarop na eenigen tijd een woekering teweeg brengen, die zich door een wit of groen beslag zal kenbaar maken.

Tegelijkertijd beginnen de bacteriën, die zich in het spijsverteringsorgaan bevinden, hun ontbindende werking. Ook wanneer van buiten af geen aanvoer van ontledingbevorderende wezens zou plaats vinden, zullen zij op zichzelf voldoende zijn om wat eens ons wondermooie huis was, tot een vormlooze, onooglijke massa te maken.

Hierbij worden gassen van verschillenden aard gevormd, sommige met een zeer onaangenamen reuk en niet zelden tot zoo groote hoeveelheid, dat het lichaam opzwelt tot onkenbaar wordens toe.

De eiwitstoffen, die een zoo groot gedeelte van het lichaam vormen, worden ontleed. Zij worden omgezet in meer of minder samengestelde verbindingen, van welke sommige als lijkgiften bekend zijn.

Naast de bacteriën, die als de voornaamste travailleurs de la mort kunnen worden beschouwd, dragen ook insecten (vliegen en kevers) het hunne bij. De sneUe aanwas dezer organismen, de vraatzucht hunner larven (de zoogenaamde wormen) kunnen het ontledingsproces bespoedigen. Vandaar dat geen tijd kan opgegeven worden voor de volledige vernietiging van de vleezige deelen. Die tijd is bovendien ook afhankelijk van den aard der kist en van den aard der begraafplaats. Immers zal een ruime toevoer van lucht het langzame verbrandings(oxydatie)proces in de aarde bevorderen en de mogelijkheid scheppen voor een normaal verloop van het ontledingsproces in het graf.

Zooveel is echter zeker, dat wanneer insectenlarven medewerken aan de vernietiging der organische stof, de inhoud der lijkkist voor een groot gedeelte zal bestaan uit de uitwerpselen dezer dieren, die zich met lijkdeelen hebben gevoed.

Doch ook zonder vhegen en kevers verbergt het graf verschrikkelijke mogelijkheden. Wanneer toch de begraafplaats niet op deskundige wijze is aangelegd zal de normale ontbinding aanmerkelijk gewijzigd kunnen worden. Ik heb hier o.a. het oog op de vorming vast. Ujkwas (adipocire).

Veelvuldig zijn de mededeehngen, waaruit blijkt, dat bij het ruimen der graven, de inhoud daarvan slechts ten deele blijkt te zijn vergaan. Soms komt het voor, dat jaren na de begrafenis het Hjk zijn ui terlijken vorm nog volledig heeft behouden en daarbij een vervettingsproces heeft ondergaan. De aanblik is verschrikkelijk en leent zich hier niet tot een beschrijving.

Het verschijnsel is met dat der mumificatie beschreven door een Nederlander, FreD. Ruysch. In zijn ontleed-, genees- en heelkundige werken van 1744 leest men het volgende :

„Maar wie zou geloven, dat het onderzoeken van lijken, die twintig, dertig, veertig en langer Jaaren in 't Graf t gelegen hebben, geneesheeren tot dienst kan strekken ? Jongeling zijnde, en zelfs een bemorst kleedt hebbende aangedaan, vergezelschapte ik de doodtgravers te middernacht, opdat ze de graven voor mij openen, en aldus gelegentheydt tot mijne onderzoeking geven zouden.

„Bij die gelegentheydt hebbe ik ook aangemerkt, dat (pinguedo) het

Sluiten