Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

Vele malen, volgens Manes, is dit in de practijk bewezen. Als variant op een bekend gezegde, zegt hij over het staatscrediet „Le crédit est mort, vive le crédit."

Stijging of daling der credietwaardigheid na een staatsbankroet zal wel afhankelijk zijn van de oorzaken van zulk een bankroet n.1. of het een gevolg is van den onwil der bevolking om aan haar verplichtingen te voldoen, of wel van het feit dat de bevolking, menschelijkerwijs gesproken, niet aan haar verplichtingen kon voldoen, omdat de lasten te zwaar waren, wellicht door vernieling of anderszins.

Dr. Wilhelm Vocke*) schrijft ten slotte: „Die Qrundlage der eigentlichen Staatsschuld kann unter den heutigen Verhaltnissen nie das Staatsvermögen, sondern nur der Staatskredit, das Vertrauen in den Wohlstand des Volkes, in die Ordnung des Staatshaushaltes und in die Redlichkeit und Intelligenz der Staatsleitung sein.

De conclusie, die na deze meeningen voor de hand ligt is, dat het openbare crediet in de allereerste plaats afhangt van de moraliteit van regeering en parlement, en den last, die bestaande verplichtingen op de schouders der bevolking leggen. Of de regeering aan haar verplichtingen zal voldoen en de rente op de schulden betalen, of dat zij zich van hare verplichtingen, die ten slotte niet afgedwongen kunnen worden, zal ontdoen, is voor een zeer groot gedeelte identiek met de vraag of het veel of weinig moeite kost om het geld voor rente en aflossing op de schuld te betalen. Drukt de schuld niet zwaar op het volk, zijn de belastingen laag, dan zal de verleiding om niet te betalen klein zijn.

Om inzicht in de innerlijke mérites van een obligatie van een publiekrechtelijk lichaam te krijgen moeten dus onderzocht worden:

l.e de financieele toestand van staat, provincie of gemeente zelf.

2e. de financieele toestand d.i. inkomen en kapitaalvorming van de bevolking. •

Uit deze twee factoren kan men het betalingsvermogen afleiden en een aanwijzing vinden omtrent het willen betalen.

I. Vooreerst dan, zullen wij nagaan langs-welke richtlijnen

*) „Die Grundzüge der Finanzwissenschalf blz. 389.

Sluiten