Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

een onderzoek naar den ftnancieelen toestand van staat of ge meente dient te geschieden.

Als voornaamste punten, die hierin licht kunnen geven, noemt men vaak de grootte van de totale schuld en van de schuld per hoofd van de bevolking. Op zich zelf zijn deze niet geheel waardeloos te noemen, doch een vergelijking tusschen de cijfers van de schuld per hoofd der bevolking in diverse landen of steden heeft geen waarde. Tegenover een veel grootere staatsschuld kan niet zelden een veel grooter staatsbezit staan.

Bij twee steden, waarvan de eene een kleine schuld, doch geen bezit heeft en de andere op groote lasten zit, maar daarbij een eigen tram, gasfabriek, electriciteitsbedrijf onder hare bezittingen telt, zijn de hoeveelheden schuld per hoofd der bevolking niet te vergelijken. De groote schuld kan op de inwoners van de stad met groot bezit veel minder drukken dan de kleine op die van de stad zonder bezit. Het verschil tusschen rentelast en aflossing eener- en het netto provenu van het gemeentebezit anderzijds bepalen den last, welke op de bevolking drukt. De schuldenlast op zich zelf biedt geenerlei maatstaf.

Maar afgezien nog van het verschil in bezit leenen de cijfers zich lang niet altijd voor een vergelijking. Het zou tot een geheel verkeerde conclusie leiden om de schuldbrieven van het Chineesche Rijk, waar een schuldenlast bestaat van ± 0,32 dollar cent per hoofd der bevolking als een solider bezit te beschouwen dan die van Engeland met een schuld van + 785,— dollar per hoofd der bevolking.

Wil de schuld per hoofd der bevolking waarde hebben als maatstaf tegenover die van andere landen of gemeenten, dan is het een vereischte, dat men communiteiten van gelijke structuur en ontwikkeling tegenover elkaar stelt. Is aan deze voorwaarde voldaan, dan moet men, om tot een zuivere vergelijking te kunnen komen, op haar beurt de schuld in drie deelen splitsen:

a. in schuld, aangegaan tot het verkrijgen van rentegevend bezit (b.v. spoorwegen).

b. in schuld, aangegaan ter verkrijging van goederen, die strekken tot dienstbewijs in de toekomst. Zij kan deels kosten verlagend werken, deels indirect productief zijn (b.v. wegennet).

c. in schuld, aangegaan tot amortisatie van geleden verliezen (b.v. distributiekosten, oorlogslasten).

Sluiten