Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

veel van af te weten of de uitgaven verlaagd kunnen worden.

Ook een staat behoort de tering naar de nering te zetten. Wel wordt vaak het omgekeerde geleerd, maar men gaat er dan steeds van uit, dat een vermeerdering van inkomsten practisch door te voeren is. Blijkt zulk een veronderstelling valsch, dan zal ook een staat gedwongen worden, zijn uitgaven naar de inkomsten te regelen. De mogelijkheid zoowel als de wil om de belastingen voldoende hoog op te voeren en de mogelijkheid en de wil om de uitgaven te beperken, concretiseeren zich tenslotte in een, niet geflatteerd, sluitend budget.

Wanneer een land kan bogen op een reeks opeenvolgende sluitende jaarrekeningen, is dit een belangrijke aanduiding van een goed financieel beheer. Een chronisch déficit van staat of gemeente moet evengoed spaak loopen als een chronisch déficit van een particulier.

In de voorafgaande punten hebben wij getracht zoo juist mogelijk aan te geven langs welken weg zich een onderzoek naar de financieele positie van landen en gemeenten moet bewegen.

De vraag is thans hoe het voor zulk een studie benoodigde materiaal te vinden.

Vooreerst wijzen wij dan op de statistieken, door de diverse staten en gemeenten uitgegeven, en vervolgens op de dagelijks circuleerende politieke en economische berichten.

Zich deze statistieken in origineel te verschaffen, zou evenwel voor den effectenbezitter nagenoeg ondoenlijk zijn; men is dus aangewezen op andere publicaties. In Nederland b.v. is de bron, (waaruit gegevens over effecten te putten zijn het bekende „Effectenboek" van van Oss. Dit geeft uittreksels uit de diverse statistische publicaties der verschillende staten en gemeenten, waarvan leeningen tot de officieele noteering ter beurze te Amsterdam zijn toegelaten. Slechts bij de belangrijkste fondsen zijn echter uitvoerige gegevens opgenomen.

Zoo vinden we over Nederland:

le. Oppervlakte, aantal inwoners en aantal K.M. spoorweg; een statistiek van de ontwikkeling van den buitenlandschen handel, een statistiek van de Naamlooze Vennootschappen, van het aantal telegrammen, van het tegoed bij de Rijkspostspaarbank en van de tonnenmaat der koopvaardijvloot. Deze

Sluiten