Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

deprecieerde munt aangeboden. Speciaal bij leeningen, waarvan een groot gedeelte in Frankrijk is geplaatst en die onder meer ook in Fransche francs luiden, is thans de verleiding groot slechts in het Fransche ruilmiddel uit te betalen. De Fransche houders voelen de betaalbaarstelling in ponden of guldens van de vooroorlogsche leeningen van diverse onsolide staten als een extra voordeel. Zij krijgen voor hun coupons vier maal meer francs dan voor den oorlog. Zij zullen ons inziens gemakkelijker van dat extra voordeel afstand doen dan Engelsche of Hollandsche houders, die de opbrengst van hun coupons, b.v. in papieren francs uitbetaald, tot een vierde zouden zien verminderen. In de laatste jaren is het betalen van coupons in gedeprecieerd geld een welkome uitkomst geweest voor vele regeeringen, om aan een openlijk staatsbankroet te ontsnappen. Aangezien dépreciatie van de landsmunt in het meerendeel der gevallen een gevolg is van den slechten toestand, waarin zich de landsfinancien bevinden, is het uitdrukken van schuldbrieven in goud of in een buitenlandsche muntsoort slechts te beschouwen als een verzekering tegen een stil staatsbankroet en als een dwang voor de regeering om, zoo zij niet meer betalen kan, tot een openlijk staatsbankroet te besluiten.

De staats- en gemeente-oMigatiën ontleenen hare waarde in de allereerste plaats aan den schuldenaar.

Toch zijn er vele omstandigheden, waardoor een obligatie een gedeelte, ja zelfs haar geheele waarde ontleent aan de kwaliteiten van den persoon, die haar bezit. Nu mogen effecten in het algemeen als de vorm bij uitnemendheid van onpersoonlijk bezit gelden, er zijn toch allerlei omstandigheden, die persoon en bezit weer aan elkander koppelen. Wij wenschen hier slechts eenige van die gevallen te behandelen.

le. Veel is er gestreden over de vraag, of een staat het recht heeft, zoo noodig met de wapenen, op te komen voor eenige zijner onderdanen, die in een onbewaakt oogenblik geld geleend hebben aan een vreemden staat en bij in gebreke blijven van dien staat bij hun eigen regeering om bescherming van hun rechten aankloppen. Erkent men dit recht, dan zijn schuldbrieven van leeningen, die voor het grootste deel in handen zijn van een sterke natie meer waard, dan de stukken van een leening, waarvan het meerendeel berust bij onderdanen van een zwak land.

Sluiten