Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61

firma-naam. Werd dit laatste ook gewaardeerd, dan bewogen we ons weer op het gebied van de rentabiliteit, wat juist uitgesloten behoort te worden.

Is de reconstructiewaarde van het actief bepaald, dan resteert slechts een eenvoudige berekening om de vermogenswaarde van één aandeel te bepalen. Zij is gelijk aan:

reconstructiewaarde van het actief—totaal der schulden, aantal aandeelen.

In de practijk beschouwt men veelal als de zuivere vermogenswaarde van de onderneming, de nominale waarde plus de open reserves. Bij een constant prijsniveau of bij prijsschommelingen, niet grooter dan ze voor den oorlog optraden, zijn de fouten die men maakt door het verwaarloozen der reconstructiewaarde, over het algemeen niet zoo heel groot. Wanneer dan de balans naar vaste regelen wordt opgesteld en op het vaste kapitaal wordt afgeschreven over den tijd, dat het zich in de onderneming bevindt, tot het op residu-waarde te boek staat op het oogenblik, dat het de onderneming moet verlaten, dan zal de reconstructiewaarde niet veel verschil met de balanswaarde opleveren, althans niet meer, ja zelfs eerder minder, dan een ruwe taxatie van de reconstructiewaarde door een buitenstaander op grond van een kleine verandering in het prijsniveau.

In en na den oorlog met zijn enorme prijsschommelingen is dit anders geworden.

De balanswaardeeringen voor grond, gebouwen, machines enz. bij twee N. V.'s, waarvan de eene zich op prijzen geldende in 1914, de andere op die van 1920 baseert, zijn niet te vergelijken. Neemt men in beide gevallen de boekwaarde als reconstructiewaarde aan, dan komt men tot een verkeerd resultaat. Men kan de boekwaarde van b.v. machineriën, ingebracht in een N. V. in het begin 1920, niet als reconstructiewaarde in 1924 beschouwen, tenzij in die jaren abnormaal veel is afgeschreven.

In sommige gevallen zijn er nog andere bronnen, die steun bieden voor de waardebepaling van het actief eener onderneming.

De Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij liet haar actief taxeeren voor de uitgifte van haar 7% leening en vermeldde het resultaat van die taxatie in het prospectus. Hetzelfde deed de Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij. Dit zijn zeer zeker voor de waardeering nuttige aanwijzingen.

Sluiten