Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

Welke methode de juiste is, hangt voor ieder geval van de omstandigheden af. Tegen Fritz is aan te voeren, dat een kapitalisatierente van 1% voor de winst boven de kapitaalrente over de reconstructiewaarde, als de overwinst hoog is, veel te laag is. Die meerdere winst spruit voort uit allerlei omstandigheden, die aan veel veranderingen onderhevig zijn, zooals conjunctuur, beheer, geluk, organisatie, recht op den firmanaam enz.

Bij Kreukniet lezen wij: „het recht op de firma wordt meermalen gewaardeerd op 3—6 maal de netto winst, die gemaakt wordt."*) Ook deze cijfers missen iederen grond. Niet in de netto-winst, maar in het bedrag, dat de waarschijnlijke nettowinst in de toekomst de normaal-rente zal te boven gaan, ligt de oorzaak voor de uitkeering van een vergoeding voor den good-will. Alle methoden zijn empirisch. Het best benadert men nog de toeneming van het risico bij stijgende overwinst, indien men de overwinst disconteert tot een rentevoet, die het midden houdt tusschen de normaal rente berekend over de reconstructiewaarde en de werkelijk gemaakte rente.

Een objectief juist systeem voor het bepalen van de waarde van een onderneming 'bestaat niet. Men zal voor ieder geval opnieuw moeten overwegen of aan de reconstructiewaarde dan wei aan de rentabiliteitswaarde de meeste beteekenis moet worden toegekend. Al naar gelang de rentabiliteit door monopolies vestigingsplaats enz. beter verzekerd is, zal de waarde van een onderneming dichter bij haar rentabiliteitswaarde liggen. En al naar gelang de hooge rentabiliteit veroorzaakt wordt door allerlei omstandigheden van hoogst vergankelijk karakter zal de waarde der onderneming dichter bij haar reconstructiewaarde behooren te liggen.

Het evenredige deel van de op grond van deze overwegingen zoo goed mogelijk bepaalde waarde van de onderneming is de waarde van een aandeel gegrond op zijn innerlijke mérites.

*) Depreciatie en Beservefondsen, blz. 32.

Sluiten