Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

121

hoogeren koers toe te kennen. Zij zal meer of minder waarde bezitten naar gelang het voor de onderneming al of niet gemakkelijk zal zijn nieuwe middelen op te nemen. In tijden van hausse, wanneer alle nieuwe emissies er „in gaan" zal de waarde nihil zijn, in tijden van baisse zeer groot.

Hierachter vindt men een staat van hoogste en laagste koersen van gewone aandeelen van in 1916—1923 te Amsterdam genoteerde industrieele fondsen, waarin geregeld handel was en waarvan, hetzij minstens twee soorten preferente aandeelen, hetzij minstens twee obligatieleeningen, hetzij een soort preferente aandeelen en een obligatie in de noteering voorkwamen, en van de aandeelen van eenige ondernemigen, die in die jaren gedurende langen of korteren tijd zeer groote credieten hebben opgenomen, onafhankelijk van de effectenbeurs.

Op een tweeden staat komen industrieele fondsen voor, waarvan enkel gewone aandeelen in de noteering waren opgenomen en waarin vrij geregeld handel was. De aandeelen van „Public Utulity"-ondernemingen en de Maatschappij tot exploitatie van Ijsfabrieken in Nederlandsch-Indië zijn er buiten gelaten.

Onmiddellijk valt op, dat de speculativiteit van de eerste groep aandeelen veel grooter is dan van de tweede. Ten overvloede komt hier nog bij, dat ook bij de tweede groep verscheidene ondernemingen zullen zijn, die onafhankelijk van de effectenbeurs nog wel crediet hebben opgenomen. De laagste koersen vallen alle gedurende de laatste jaren.

Uit deze twee staten blijkt, dat de waarde van de eerste groep tot op een zevende van haar vroegere hoogste waarde is gezakt, terwijl die der tweede slechts op twee zevende gedeelte van hun vroegere hoogste waarde zijn gedaald.

De kansen, voortspruitend uit de liquiditeit, uit den aard van het bedrijf en uit de hoeveelheid vreemd kapitaal, geven ook eene verklaring van de sterke schommelingen en de betrekkelijk nog hooge koersen van aandeelen, die men wel eens als non valeurs kwalificeerde, welke benaming in latere jaren soms niet meer toepasselijk blijkt. De prijs, die men in zulke gevallen betaalt, is vaak geheel te beschouwen als de prijs voor de toekomst-kansen.

De waarde van de kwade kans is in dat geval aan nul gelijk, daar er immers geen kapitaal meer te verliezen is. De prijs, die men

Sluiten