Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

wezen der valuta depreciatie, verkoop boven reproductiekosten verhindert en zoodoende de vermogenswaarde op den achtergrond dringt. De inflatie werkt zeer verschillend.

Sommige bedrijven kunnen zich in een enorme bedrijfsdrukte verheugen en maken geweldige winsten, indien hun afnemers in hoofdzaak buitenlanders zijn, die in goud betalen. Andere bedrijven zien zich den eenen afnemer na den anderen ontvallen door de verarming, die er in sommige kringen door de valutadepreciatie ontstaat.

Dit zijn slechts enkele van de redenen, die veroorzaken, dat de bedrijfsprocessen in tijden van schommelende valuta veel sterker op de vermogenswaarde inwerken, dan dat dit in normale omstandigheden pleegt te geschieden.

Een zeer voornaam moment bij het op peil houden of vergrooten van de vermogenswaarde is ook gelegen in de visie van het bestuur. Qaüt het bestuur over tot uitgifte van aandeelen, waarbij de oude aandeelen een groote claim krijgen, of tot uitgifte van bonus aandeelen, dan blijft er van een op peil gehouden intrinsieke waarde weinig over. Gaat men dan verder uit van kapitalisten, die van de vruchten hunner aandeelen leven, onverschillig of dit dividenden of claims zijn, dan ontbreekt voor een vergelijking tusschen de koersen van voor en na de depreciatie iedere redelijke grond. Door dit aan te nemen maakt men practisch geen groote fout, want velen beschouwen de opbrengst van alle claims en dividend-bewijzen inderdaad als inkomen.

In de Revue d'économie Politique Jan., Févr. '24. No. 1 schrijft Jacques Lagrenée, over „la dépréciation monétaire et les valeurs mobilières francaises." Hij gaat uit van het index cijfer, waarbij Juli 1914 wordt gesteld op 100. Het indexcijfer liep op tot ± 400 in Juni 1923. Het komt er hier tenslotte weinig op aan of men als basis voor de berekening een hoeveelheid goud of een hoeveelheid goederen neemt. De depreciatie van de valuta heeft juist daardoor invloed op de vermogenswaarde, omdat zij het algemeene prijsniveau verhoogt. Lagrenée komt tot de conclusie, dat de eigenaars van aandeelen wel is waar bij depreciatie van de valuta eenige compensatie vinden in de stijging van de noteeringen en in de stijging van de dividenden, maar dat zij door die depreciatie toch ook zware verliezen lijden. Men zie hiervoor volgend staatje.

Sluiten