Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

143

zijds, dan worden ook zij langzaam maar zeker, door beursberichten, die van sensationeele koersstijgingen spreken, tot de aandeelenmarkt getrokken.

Evengoed als herhaalde aankondiging van een artikel tot verhooging van den omzet leidt, evenzeer werken steeds weer zich herhalende berichten van koersstijging op de aandeelenmarkt, op den geest van den belegger in. Deze onbewuste reclame-campagne voor aandeelen kan, na een paar maanden op het publiek te hebben ingewerkt, vele effecten-onkundigen van de obligatie naar het aandeel, als beleggingsobject, doen overgaan. Zonder dat zij zich de kansen aan dat effect verbonden realiseeren, besluiten zij tot aankoop van een speculatief fonds op nog lichtvaardiger wijze dan tot aankoop van pantoffels. Dit te eer waar de periodes van conjunctuurs-schommelingen elkaar niet om de maand, doch om de vele jaren opvolgen. Het groote publiek koopt geen aandeelen bij het begin, maar juist tegen het einde van de hoogconjunctuur, als de koersen reeds belangrijk zijn gestegen en wanneer in den koers reeds zooveel goeds verdisconteerd is, dat er niet veel meer te winnen, maar duchtig te verliezen valt

De psychologie speelt in de conjunctuur bij ondernemers, beleggers en speculanten dezelfde rol. Hun gedragslijn is voor een goed deel opgebouwd op het vertrouwen, dat de toestand zooals die momenteel bestaat, ook in de toekomst, althans in de naaste toekomst, niet zal veranderen. Dezelfde tendenz zagen wij ook reeds bij de slechte kansverdeeling bij onze obligatieemissies, wat betreft daling of stijging van rentestand.

Dit alles verklaart, dat naarmate de hoogconjunctuur langer duurt, en de normaalrente meer neiging tot stijging toont, er ook meer liefhebbers voor de aandeelen zullen zijn en dus de koersen van aandeelen hooger stijgen en die van de obligaties lager dalen zullen. Het is deze geestestoestand bij de kapitalisten, die gepaard aan den prikkel, die in de algemeene conjunctuur is gelegen, aanleiding geeft tot een Qründer-periode, waarin men met een weinigje reclame voor een waarde ƒ 1000.—, die in goederen of rechten in de nieuwe onderneming wordt ingebracht, een veel grooter bedrag in aandeelen kan uitgeven. De vraag naar goederen blijft toenemen, zoodat de goederenprijzen hun hausse voortzetten. Er ontstaat ten laatste een wisselwerking tusschen de effecten-koersen en de goederenprijzen.

Sluiten