Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144

Hooge goederen*prijzen doen hoogere beurskoersen ontstaan, en hoogere beurskoersen prikkelen, althans zoolang de hoogconjunctuur duurt, tot verhooging van de goederenprijzen; in zooverre dit oerproducten zijn door de toenemende vraag, die ontstaat indien de omvormingsindustrie eene grootere capaciteit verkrijgt; voor de producten zelf zoowel omdat de kosten stijgen, als omdat bij de hooge beurskoersen der aandeelen een hoogere winst noodig is, wil de onderneming een dividend kunnen uitkeeren* dat den aandeelhouder kan bevredigen.

In dit stadium komt het zwakke punt van de vermogenswaarde berekening uit. Men verkrijgt de vermogenswaarde van aandeelen door het actief te waardeeren volgens het geldende prijs-niveau. Wanneer heeft de vermogenswaarde berekening eenige beteekenis voor het vormen van een meening omtrent'<ten beurskoers? Alleen dan-wanneer zij waardeert tot prijzen, onafhankelijk van dien beurskoers. Dit nu blijkt niet altijd mogelijk te zijm De wisselwerking tusschen beurs en prijsniveau voor materieele goederen is daartoe soms te groot. Hoe sterker de optimistische tendenz werkt, zoowel bij ondernemer als bij speculant, en hoe meer beleggers het aandeel gaan verkiezen boven de obligatie, hoe onbelangrijker de vermogenswaarde berekeningen worden. Deze tendenz Is echter alleen dan waar te nemen, wanneer de conjunctuur bijna haar hoogtepunt bereikt heeft, tot in het begin der baisse.

Wanneer de uitbreidingen voltooid' zijn neemt de concurrentie toe en gaan de winstmarges dalen. Weldra merken de speculanten; dat zij hun effecten niet meer aan den belegger of aan nieuwe speculanten: kunnen slijten en de banken, dat zij haar credieten niet meer door emissies op het publiek kunnen afwentelen. Er blijkt dat er een „Verschuldung" van de kapitaalmarkt bij de geldmarkt bestaat, dus een tekort aan spaar-kapitaal. De banken komen met bevroren credieten te zitten en moeten daarom haar liquide credieten intrekken. Dat zint in de eerste plaats de gelden op de beurs uitgezet en verder die ter leen verstrekt op onderpand van stapelgoederen. De prijzen van effecten en stapelgoederen dalen. Groote verliezen worden door handelsondernemingen geleden en de winsten van cultuurondernemingen krimpen sterk in.

De omvornrings-industrie merkt nog het minst van de conjunctuur omslag. Zij toch heeft nog vele onuitgevoerde orders

Sluiten