Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

145

uit het tijdperk van hoogconjunctuur, soms zelfs lang loopen de leveringscontracten.

De directies van Naamlooze Vennootschappen zien de aandeelen harer maatschappijen dalen en begrijpen de reden soms niet. De toestand op dat oogenblik rechtvaardigt een zoo groote daling niet. Geheel te goeder trouw kunnen de directies door middel van de financieele pers mededeelen, dat er geen reden voor de enorme koersdaling dier aandeelen bestaat. Maar een groot gedeelte van de belanghebbenden bij effecten reageert hier op niet. Ten deele omdat zij dit niet kunnen, ten deele omdat zij het risico te groot achten, of de berichten niet vertrouwen. Verder omdat zij in den koers de kans willen verdisconteerd zien, dat er geen nieuwe orders zullen binnenkomen wanneer de oude afgewerkt zijn en dat de daling van het algemeen prijsniveau het onmogelijk zal maken in de toekomst afschrijvingen te verdienen, gebaseerd op den kostprijs van de kapitaalsgoederen uit de periode van hoogconjunctuur. Hier ligt een voorname oorzaak van verlies door speculaties van insiders, en in het algemeen van nen, die alleen op de innerlijke mérites speculeeren, zooals die op dat oogenblik bestaan. Gelijktijdig vormt dit een voorname oorzaak van winst voor conjunctuur speculanten.

De speculanten verminderen sterk in aantal in tijden van teruggaande conjunctuur, hetzij omdat zij door verliezen niet meer in staat zijn tot speculeeren, hetzij omdat zij door die verliezen wakker geschud zijn zoodat het groote risico, aan speculeeren verbonden, hun helder voor oogen staat. De optimistische tendenz werkt niet meer, slaat zelfs in een pessimistische over. De belegger merkt dat zijn bezit speculatief is, terwijl hij dacht een zeer solide bron van inkomen te hebben. Hij keert tot zijn oude liefde, de obligatie, terug en verkoopt zijn aandeelen, of koopt althans geen nieuwe meer. Nog liever koopt hij in het geheel geen effecten meer, maar zet hij zijn geld uit op hypotheek.

De laatste jaren hebben wij hiervan een voorbeeld kunnen zien. *)

In de achter ons liggende periode van hoogconjunctuur was het aantal emissies van aandeelen veel grooter dan dat van obli-

1) Zie Dr. E. Tekenbroek. Verhouding tusschen de aandeelhouders en de bestuurders bij de publieke naamlooze vennootschap in Nederland bl. 60.

Sluiten