Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148

vraag naar zijn product en de beleggers en speculanten de koersen niet zóó opgezet hebben, dat iedere nieuwe onderneming een goede markt voor haar aandeelen vindt, zoolang kan er geen sprake zijn van een ongezonde en mechanische wisselwerking tusschen beurs en bedrijf,moch van een ongezonde verhouding tusschen kapitaal en geldmarkt, waarbij aan het crediet van de geldmarkt voor de kapitaalmarkt een zoo overwegende beteekenis wordt toegedacht als Lansburgh dat doet. Slechts in tijden van crisis en in die, welke daaraan onmiddellijk voorafgaan, of er onmiddellijk op volgen, zijn er feiten, die de theorie van Lansburgh ook in Nederland toepasselijk doen schijnen.

Wanneer de speculanten door groote winsten verblind, enorme bedragen op hun effecten hebben opgenomen en deze bedragen door het ontbreken van vraag naar effecten moeilijk vlottend zijn te maken, dan krijgt de geldmarkt die groote macht over de hoogte van de effectenkoersen. Want uit een dergelijke verhouding blijkt een tekort aan spaarkapitaal.

Maar in de lange periodes van depressie en van langzaam stijgende conjunctuur, die aan de wilde hausse voorafgaan of daarop volgen, kan deze macht van de geldmarkt niet zoo groot zijn, en bestaat er wel eenige „Divinationsgabe". De speculanten zijn tot bezinning gekomen, nieuwe kapitaalkrachtigen zijn opgetreden en de „Divinationsgabe" uit zich in een zoeken van vele speculanten en beleggers naar fondsen, die te laag noteeren, waardoor de koersen aan de mechanische prijsvorming onttrokken worden.

Het tegelijkertijd stijgen van vele aandeelen en het dalen van obligaties, vindt zijn grond in de algemeene conjunctuur, zooals zij zich bij de ondernemingen uit in hoogere winst en grootere behoefte aan kapitaal. Dit wordt dan nog geaccentueerd in tijden van sterk schommelende conjunctuur door de z.g. optimistische tendenz bij speculanten en het gemis aan belangstelling van vele beleggers. In tijden van minder heftige conjunctuurschommelingen zijn afwijkingen tusschen den beurskoers en de waarde van een fonds op grond van zijne innerlijke mérites, veelmeer te beschouwen als een gevolg van bewust waardeeren van toekomst-kansen.

Sluiten