Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X.

Delbrücks bewering „Die neuhochdeutsche Oemeinsprache hat zur Orundlage einen Dialekt, der in althochdeutscher und mittelhochdeutscher Zeit keine Rolle gespielt hat, namlich den t h ür i n g i s c h e n" (Qrundlagen der neuhochdeutschen Satzlehre, Berlin 1020, p. 3), is onjuist.

XI.

De gronden voor de dateering der Mahomethymne bij Saran {Qoethe's „Mahomet und Prometheus," Halle a. S.l914, p. 40) zijn onvoldoende.

XII.

Nicolaus Lenau's „Faust" en Schiller's „Verschleiertes Bild zu Sais" hebben dezelfde grondgedachte.

XIII.

Naast het schriftelijk eindexamen in de moderne talen aan het gymnasium behoort er ook een mondeling onderzoek te zijn.

Sluiten