Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

men er in heeft gelegd en wat men er dus uit mag halen.

Laat ik U een uiting van de heersende metode geven, die in de doctrine is te vinden en de medici onder U aangaat. Wanneer een chirurg opereert, vindt de straf rechtsgeleerde Zevenbergen hem niet strafbaar, wanneer na de operatie de patiënt gezond wordt, wel strafbaar, wanneer hij niet beter wordt; en wel geheel los van de vraag of hij nu sterft ten* gevolge van, of niettegenstaande de operatie *8). Simons vindt de chirurg, die zonder kunstfout zijn werk doet, nooit straf* baar, maar de obstetricus, die perforeert of abortus opwekt, alles op medies volkomen goede gronden en met toestemming van alle betrokkenen, valt, volgens hem en Zevenbergen *8) beide, onder de artikelen der strafwet. En als enige uitkomst geeft Simons de raad aan het openbaar ministerie om maar niet te vervolgen, wat feitelik neerkomt op voortdurende plichtsverzaking van de Officier van Justitie, al noemt Simons het „verstandig beleid" *'); want zulk een sistematies niet* vervolgen van strafbare feiten, a priori vastgesteld, is toch niet onder te brengen onder het opportuniteitsbeginsel. Nu is het uitdrukkelik gebleken bij de totstandkoming van het W. v. S., dat niemand de chirurg of de obstetricus strafbaar achtte of wilde maken. Men behandelde de vraag als voor beiden geheel dezelfde en was het alleen niet eens over de manier om dit uitdrukklik onder woorden te brengen M). Noch Zevenbergen, noch Simons wensen de bestraffing van de medici. En toch die vreemde leer, alleen omdat ten slotte uit de beraadslagin* gen het ene artikel te voorschijn kwam met het woord „mis* handeling", waaronder „volgens het taalgebruik" zoals het heet, een chirurgiese operatie niet zou vallen; het andere artikel met de woorden: „veroorzaken van afdrijving of dood der vrucht", waaronder de genoemde obstetrieve handelingen wèl zouden vallen.

Ditzelfde „taalgebruik" brengt de jurisprudentie tot wat ik zou willen noemen zijn „woordenboekbeslissingen". Een typies voorbeeld daarvan is het arrest van de Hoge Raad51), waarbij hij uitmaakte, dat niet strafbaar was het zich bevinden met staltnetten op die plaatsen in de Groningse wadden, die bij opkomende vloed al gauw onder water staan, omdat zulke terreinen „volgens het taalgebruik" niet vallen onder „veld", het woord, dat de Vogelwet62) hier gebruikt. De Advokaat* Generaal had dit taalgebruik wetenschappelik trachten te

Sluiten