Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

wezen kwijt. Niet meer geschikt is die vorm, want het ver* band tussen wetgeving en wetenschap en rechtsbedeling, zoals het bestond in Rome, is in de moderne maatschappij verdwenen en het is mijns inziens ook niet meer te herstel* len51). De wetten, vaak gehaald uit verschillende vreemde landen, worden op afzonderlike ministeries voorbereid of door verschillende staatskommissies ontworpen en in de parlementen zonder juridiese traditie naar hartelust gewijzigd. De eenheid van formulering ontbreekt geheel onder deze omstandigheden. En de „uitlegging" geschiedt niet door een praetories bureau, een stel gepatenteerde juristen of een keizerlike kanselarij, die allen in nauw kontakt met de for* muleerders staan. Neen, tientallen rechterlike kolleges krijgen de teksten „uit te leggen", honderdtallen juristen worden erop losgelaten. De meest gewetenloze advokaat van kwade zaken en de meest van het leven vervreemde kamergeleerde kan in de wet leggen, wat hij er uit wil halen en hij heeft altijd een goede kans dat zijn „uitlegging" ergens wordt aanvaard. En voor de objektieve wetenschap is subjektivisme in de plaats gekomen, listig gemaskeerd als wetsdienarij.

Eigenlik heeft hoogstwaarschijnlik de moderne rechtsge* leerdheid haar metode niet ontleend rechtstreeks aan de Romeinen, maar wel aan een merkwaardig geslacht van juris* ten, de zogenaamde Postglossatoren. Merkwaardig geslacht!, want eeuwen na het verval der Romeinse wetenschap, heb* ben deze Italianen en Fransen nog éénmaal beproefd met Romeinse middelen een wetenschap van het recht op te bou* wen, geschikt voor hun tijd en aan die tijd bevrediging schen* kend. Ze hebben daarvoor waarlik akrobatiese interpretatie* toeren verricht, maar de rechtshistorie komt meer en meer tot de overtuiging, dat het kunststuk hun gelukt is; dat hun tijd, al was het maar kort, nog een waarlike rechtsweten* schap heeft gekend. En dat is een eresaluut waard55). Want, zonderen wij het oude Skandinavië uit, waar ook, volgens de kenners, in de tijden der laghsaga de rechtswetenschap in haar primitieve vorm allen volkomen voldeed56), dan is er in de Westerse wereld verder nooit meer die harmonie tussen recht en rechtzoekenden geweest, die de ware rechtsweten* schap kenmerkt. Dit besef bij te brengen aan de dogmatiese wetenschap van heden, is een taak der rechtshistorie en ik heb geprobeerd mij mede van die taak te kwijten, voorzover

Sluiten