Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

1606 is in dit opzicht zeer leerzaam, daar zij in één adem noemt verbreiding van den naam van Christus, zaligheid der onchristenen, eere en reputatie van onze natie, en profijt der Compagnie!*) Last not least.

De teen ter tijd gehuldigde opvattingen over de verhouding van staat en kerk deden aan de Compagnie de taak ten deel vallen voor het geestelijk heil van Euf opeesche en inheemsche bewoners der door haar geëxploiteerde gebieden te zorgen. Ten aanzien van de inheemsche bevolking gevoelde men die verplichting evenzeer, wanneer tenminste in dezen Hugo de Groot als tolk van de gevoelens zijner tijdgenooten beschouwd mag worden, waar hij zegt:

„Denckt niet dat al 't gheblaes 'twelck^door het ydel dwaelt, En 'tnat 't welck na de maen nu swelt, dan weder daelt, End' occk de steen, moer door het stoel kracht heeftghekreghen Te rechten uwen loop door d'onbespoorde weghen Daer toe alleene dient, opdat ghy hebben -soud Be wisselbancken rijck van 't Africaensche goud, De huysen vol yvoirs, de spijekers overgoten Hier van Ternaetschen oegst, daer van Bandaensche noten: j Neen, neen, wat hoogher is 't daer ghy om dencken moet, 't Is om een meerder saeck, 't is om een grooter goed Dat God gheboden heeft dat voor u soude wijeken ■ In 't ploeghen van de zee des gantschen werelts rijeken, Op dat ghy brengen soud diep in 't versenghde land

Een aenghenamer vyer van Goddélijcken brand " )

Bij de pogingen, die in het werk gesteld werden om dit doel te bereiken, blijkt, dat men in kerkelijke kringen hier te lande toen bezwaar'maakte tegen hetgeen als het eigenlijk doel der Compagnie werd gevoeld, en in de gegeven omstandigheden ook moeilijk anders kon, n.1. het bevorderen van de christianiseering om de inheemsche bevolking aan ons te binden, en zoodoende indirect den koophandel te bevorderen. Maar men wist heel diplomatiek de . moeilijkheid dit ronduit te zeggen te vermijden, en door samenwerking met de Compagnie te komen tot de oprichting van het

1) E.N.I. s. v. Eeredienst (Prot.).

2 Bewijs van den waren Godsdienst, In ses Boecken ghestek by Hugo de Groot, 1622, bl. 1. Het zesde boek, geheeten: Teghen de Mahumetisterüe, levert zeer amusante lectuur. Daaruit_ kan men opmaken hoe het in den kring der geleerden in dien tijd met ae kennis van den Islam stond.

Sluiten