Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

In de in beslag genomen handschriften, die tot de Malangjoeda. serie behooren, vindt men bijna steeds eerst enkele bladzijden gewijd aan de genealogie en het optreden van den verwachten heerscher, en daarna een primbon der Akmalijah. Nu wil het geval dat, terwijl de geestelijke genealogie der bezitters van deze Akmalijah-wijsheid naar Lengkong voert, ook de silsilah der in de van Noerhakim uitgegane geschriften aangetroffen bezweringsgebeden daarheen wijst. Daarom leek het ons gewenscht ook Kjai Hasan Maulani, den Lengkongschen leeraar, bij het tweetal op te nemen, en ook zijne lotgevallen na te gaan. De levensloop van deze drie mannen en hun optreden vormt den inhoud van het eerste hoofdstuk. De gegevens hiervoor hebben wij in hoofdzaak geput uit de te onzer beschikking gestelde dossiers uit het archief der Algemeene Secretarie te Batavia.

Naar den inhoud der primbons is de verdeeling der verdere stof van zelf gegeven. In het tweede hoofdstuk behandelen wij de van Kjai Hasan Maulani afkomstige Arabische bezweringsgebeden, en, in aansluiting daarbij, een verzameling inheemsche tooverformules, die wel niet van dezelfde herkomst zijn, maar in hetzelfde schriftuur werden aangetroffen. Daarna behandelen wij enkele gedeelten uit den Akmalijah-primbon, ten eerste de inleidende wasijat, die de groote voortreffelijkheid van deze wijsheid moet demonstreeren, vervolgens de om geloofsbelijdenis en salat heengeweven gedachtenspinsels. Het slot van dit hoofdstuk wordt gevormd door een bespreking van de leer der zeven graden, zooals die in den primbon van Noerhakims leerling voorkomt, alwaar zij als kader voor de uiteenzetting van vrijwel alle wijsheid, waarover beschikt werd, gebruikt is, gevolgd door de geschiedenis van den engel Izra' il en de groene zee Gods, die als omlijsting dient voor een uiteenzetting over den volmaakten mensch.

De doorsnee door de leeringen van Malangjoeda en Noerhakim zal hiermede wel zijn getroffen.

De ratoe-adilleeringen brengen ons op een geheel ander terrein dan dat der populaire mystiek, n.1. dat der eschatologische en Messiaansche verwachtingen.

Hier is oud eigenbezit met door den Islam gebrachte Mahdiverwachtingen gemengd.

In hoofdzaak kan men dus twee groepen onderscheiden, ten eerste de inheemsche voorspellingen van Bjajahaja, die genoemd zijn naar den vorst uit den verren voortijd, die de gansche ge-

Sluiten