Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

schiedenis van Java, ook de gebeurtenissen voorafgaande aan en volgende op de komst van den ratoe adil, profeteerde, en, ten tweede, de Moslimsche eschatologie, die van voldoende 'bekendheid mag worden geacht, zoowel in haar zuiver-Moslimschen vorm als ook in de Javaansche adaptaties daarvan, waarin de-Mahdi ook en vooral tegen den koning der Hollanders strijdt.

In de voorspellingen der booze tijden, die aan de komst van den ratoe adil voorafgaan, is echter mede aanwezig een restant van het oud-Indisch 'geloof aan de vier wereldperioden, waarin zich een steeds verder doorwerkend bederf operrbaart. Alvorens tot de weergave der door Malangjoeda en Noerhakim gepredikte ratoeradilverwaChtingen over te gaan, willen wij eerst het terrein der eschatologische voorspellingen overzien. Na een korte bespreking van den stand van het onderzoek in zake de zgn.pralambangs of de voorspellingen van Djajabaja beginnen wij met de zaak wat dieper op te halen dan in dezen tot dusverre was geschied. De vele locale redacties der Djajabaja-voorspellingen, welker verbasterde vorm wel alleen in een bepaalde streek en in een bepaalden tijd te begrijpen geweest is, laten wij ter zijde, evenals de meer litteraire redacties, die zonder dieper kennis dan de onze van Javaansche historische overlevering en van tot de poëtische taal behoorende duistere vergelijkingen, niet te verstaan zijn, ook al zal men bij grondiger kennis daarvan de fantasie nog een ruime plaats moeten laten.

Ter inleiding gaan wij dus na wat de Sanskrit-litteratuur biedt in zake de leer der wereldperioden. Met het oog op de nog tot vóór korten tijd uitgevaardigde edicten der Balineesche vorsten, waarin hetzelfde verband wordt beseft, vestigen wij daarbij vooral de aandacht op het verband tusschen rechtvaardig vorstenbestuur eenerzijds en welvaart, deugd, en vrijwaring voor natuurrampen andererzijds. Uit de gegevens, aan deze Balineesche paswara's en aan de Oudjavaansche litteratuur van Bali en Java ontleend, laat zich opmaken wat in de Hindoe-Javaansche maatschappij hieromtrent de voorstellingen waren.

Ook in de primbons is nog het een en ander daarvan blijven hangen, zooals blijken zal, maar de Moslimsche invloed laat zich gelden.

Het verschil tusschen deze traditioneele theorie der geschiedenis en de door Malangjoeda en Noerhakim gepredikte leer over het op handen zijnde einde der tijden valt onmiddellijk op. Toch is

Sluiten