Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

afstamden, doch slechts van een neef van dien pangeran. In verband met het boven vermelde over de onterving van den zoon van Wali Perkosa, lijkt dit, te meer waar hun broeder desahoofd was, wel waarschijnlijk. Het request werd „gedeponeerd" (Febr. 1883). Ruim twee jaar later, April 1885, werd er een nieuw request ingediend over dezelfde zaak, thans echter door iemand, die zich noemde Raden Soema-Saridikoesoema, en opgaf te zijn uit de residentie Tegal, afd. Brebës, district Lasari, desa Dermaradja, maar tijdelijk te verblijven bij Soera Atmadja, ass.-demang te Buitenzorg. Ook deze pretendent gaf zich uit voor een afstammeling van Wali Perkosa, en beriep zich op den investituurbrief afgegeven door den Soeltan van Demak, waarbij de rechten op deze vrije desa's aan diens afstammelingen werden verzekerd. Als bewijsstukken legde hij copieën van de piagëms van de soeltans van Demak en van Padjang, en van Ki Gede Mataram over, benevens copie van een verhaal waarin de oorsprong van den naam Tjahjana verklaard wordt. In dit verhaal krijgt Mohammad van Gabriël opdracht den navel van het eiland Java te zoeken. De profeet komt eerst op den berg Tjerime, dan op den Gede, vervolgens op den Soembing, en ten slotte op den Panoengkoelan, die het juiste midden is. Daarom is dit land „përdikan ing Allah"; de profeet leverde dit over aan Pangeran Atas Angin, en deze op zijn gezag aan Sech Djamboe Karang. Drie lichten, die door dezen gezien zullen worden op den Panoengkoelan, moet hij gezwind navolgen, want dat zijn de „tjahja mardika dewek, ija ikoe mardikaning Allah".

De klachten over den regent van Poerbalingga, die reeds velen van zijn familie in de bestuursfcetrekkingen van de perdikandesa's geplaatst zou hebben, en ruimschoots van zijn gezag zou profiteeren om kosteloos door de orang ketjil allerlei werk voor zichzelf te doen verrichten, worden hier breed uitgemeten. Zoo zou hij gedurende zeven dagen lang veertig man gebruikt hebben om de graven van zijn ouders in orde te maken, 64 blokken nangkahout gerequireerd hebben, 20.000 wëlihbladeren voor dakbedekking hebben doen leveren, zeven en twintig man gebruikt hebben om goederen naar Solo te brengen, waarvoor zij dertig dagen van huis waren, terwijl de regent alleen de winst opstreek;

1) Is dit dus dezelfde heuvel of berg als de goenoeng Tjahjana uit het bovenvermelde verhaal?

Sluiten