Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

zich wederom bij den goeroe vervoegen, met de sarat en de rasoelan, bestaande uit een stuk mat, een stuk wit goed. wat wierook, boreh-bloemen, eenige maten rijst, een paar klappers, een witten haan, wat specerijen en eenig geld, tezamen ter waarde van ongeveer ƒ 1.75, meestal iets meer. Kwam men nu bij Malangjoeda of bij zijn badal, dan overhandigde men dit; na zeven uur des avonds werd dan de mat gespreid, het stuk wit doek er bovenop gelegd, de bloemen erover uitgestrooid, het geld in een schaal gedaan en wat wierook ontstoken. De adept moest gaan zitten, op de mat, met het gelaat naar het Westen; Malangjoeda kwam tegenover hem zitten met het gelaat naar het Oosten, hield zijn duimen vast, en onderwees hem de basmalah, de geloofsbelijdenis en de sarat ing iman, terwijl hij hem op het hart drukte getrouw de salat te verrichten. Dan was de plechtigheid afgeloopen, men zette zich neder om de slamëtan, waarvoor dè rasoelan medegebracht was, gezamenlijk te genieten, de overige geschenken voor den goeroe werden door dezen in huis gebracht, en eïk ging zijn weegs.

Door dit optreden als goeroe wies zijn aanhang geleidelijk, maar de propaganda zou denkelijk uooit zoo vruchtbaar zijn geweest, als er niet nog wat bijgekomen was. Wij hebben boven de geschiedenis van het tweede request verhaald, zooals die zich voor buitenstaanders liet aanzien. Het verslag van een der getuigen, ongelukkigerwijze denzelfden, die een brief van Malangjoeda aan den regent in handen gespeeld had, en die er dus misschien belang bij had Malangjoeda op de een of andere wijze in een ongunstig daglicht te stellen, doet ons eenigszins zien wat er was voorgevallen. De betrokkene werd in 1884 door Malangjoeda meegenomen naar Buitenzorg, en nam daar eveneens zijn intrek in het huis van den ass-dÈmang, die een moerid van Malangjoeda was. Met dezen ass.-dëmang werd de zaak van het eerste request, dat op niets was uitgeloopen, besproken. Mede van de partij waren een zekere Van Barneveld, en twee inwoners van Bogor, Ipo en Santri.

Van Barneveld, klerk op het kantoor van den ass.-resident van Buitenzorg, was iemand van beschaafde afkomst, en had een Europeesche opvoeding genoten, maar normaal van verstand was hij niet. Naar het oordeel van zijn chef maakte hij den indruk krankzinnig te zijn; volgens een ander getuigenis viel hij zeker eer onder de idioten dan onder de gezonden van geest te rangschikken. Malangjoeda had hem reeds eerder leeren kennen, en

Sluiten