Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30

het schijnt dat van Barneveld, die met een inlandsche vrouw uit Tjahjana getrouwd was, tot den Islaan was overgegaan, en zich door Malangjoeda liet onderrichten. Op een bijeenkomst van deze vier lieden werd het plan gevormd het tweede request in te dienen, en daar Soemasari Adikoesoeina voor 'te spannen. Blijkbaar wist men, dat deze zich momenteel op Madoera bevond; op zoek naar hem ging men aan boord naar Soerabaja, vandaar eerst naar Madioen, cm het befaamde' Ketongga, waar immers de kraton van den ratoe adil zal komen te staan, te bezoeken, toen terug naar Soerabaja en vandaar naar Madoera, waar Soemasari vertoeven moest. In het huis van Hadji Doerachman, desa Djamboe, was hij niet, want hij was tapa gaan deen in een grot en zou, naar de hadji opmerkte, wel reeds lang terug zijn gegaan. Men ging dus weer.naar Madioen, en vandaar andermaal naar Madoera, waar werkelijk Soemasari werd aangetroffen. Deze ging op Malangjceda's voorslag in, en men aanvaardde den terugweg, de pretendent deftig uitgedost. Intusschen hadden ook Raden Ipo en Raden Santri te Buitenzorg hun macht vergroot door tapa te bedrijven, want, zoo op het verzoek niet ten gunste van adressant werd beschikt, zouden, dit was zoo in . de gedachten opgekomen, de Hollanders verdreven worden. Scémasari was de man, die deze taak op zich zou nemen voor Midden-Java, Raden Ipo voor West-Java, Raden Santri voor Oost-Java. Van Barneveld zou de kosten dragen, en vroeg daarom aan zijn moeder ƒ 700 ter leen, terug te betalen over twee jaar. Malangjoeda had zichzelf de rol van wali toegedacht, verheven boven de drie heerschers over Java.

Zoo verklaarde hij in 1885 aan den kamitoewa van een der Makam-desa's, dat hij nu eerstdaags weer naar Buitenzorg ging om de djimat Tjahjana,1) die de vrouw van Van Barneveld in bewaring had, van haar terug te vragen, en daar ook Raden Ipo te ontmoeten, omdat deze hem beloofd had het Europeesche gezag omver te zullen werpen, zoo de gronden niet werden toegewezen, en dat men niet moest schrikken van zijne openbaringen wanneer hij uit het Westen terugkeerde, want dat hij dan van gedaante veranderen en wali worden zou.

■ Hij maakte voor de propaganda gebruik van die ratoe-adil-

1) Deze poesaka, op het trouw bewaren waarvan in den in een der aanwezige primbons aangetroffen brief zeer de nadruk wordt gelegd, bestond uit een koepijah van Malangjoeda's grootvader.

Sluiten