Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

dienstijver en bijgeloof" zijn acolyten geworden waren, werden niet gestraft.

Aan Malangjoeda werd Kajeli, op het eiland Boeroe, als verblijfplaats aangewezen, hoewel „deze negerij een laatst, doch hecht bolwerk van dien (Mohammedaanschen) godsdienst naar het verre Oosten" is, en als „Eldorado van den Islam in de Molukken" ) bekend staat.

Zcoals bekend is, wordt bij interneering aan den geinterneerde in zijn nieuwe woonplaats gedurende eenigen tijd een kleine som verstrekt, „die hem ten hoogste voor den hongerdood kan behoeden," maar de bedoeling is, dat hij in het vervolg zelf in zijn levensonderhoud zal voorzien.

In het begin van 1888, toen Malangjoeda dus zoowat een jaar' in zijn verbanningsoord vertoefd had, richtte hij, nu voor de laatste maal, een verzoek tot den Gouverneur-Generaal. Ditmaal was er geen sprake meer van pretenties. Hij verzocht allernederigst naar zijn geboorteplaats te mogen terugkeeren, of, in allen gevalle, hem, waar hij aan tering leed en door dysenterie gekweld werd, zooveel te verstrekken als voor zijn onderhoud ncodig was, daar het zoo uiterst moeilijk bleek in dit oord .aan den kost te komen. Zijn verzoek om te mogen terugkeeren werd voor inwilliging niet vatbaar geacht; een ónderstand van ƒ 10.— 's maands werd hem echter voorloopig nog verleend.

1) M.N.Z.G. XXIV (1880), bl. 302.

Sluiten