Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

slechte en de goede, des lichaams, der tong, des binnensten, des geheimenis en des harten, 't zij u aangeboden; (mijn lot) in deze en in de toekomende wereld wil ik u overgeven, ik handel slechts op uw gezag, uiterlijk en innerlijk.

0 sjech, ik bied u mijn zonden, van mijn meerderjarigheid tot nu toe begaan, en de zonden van mijn vader en moeder, en de zonden van mijn vrouw en kinderen. Moge gij gunst en genade schenken! 0 sjech, dóe mij uwe gedaante zien, opdat mijn hart rust hebbe! 0 sjech, kom mij te hulp, met de toelating Gods!"

Daarna moest men den adem inhouden, en' zich de gedaante van den leermeester voor den geest brengen, want deze is immers de tusschenpersoon tusschen den heilbegeerige en Allah. Zooals in alle mystieke orden, gaf men zich tevens in volstrekte gehoorzaamheid aan hem over.

Na deze pasrah kreeg men enkele aanwijzingen omtrent den dïkir napi-isbat (nafj-ithbat) en de ümoe sorok. Dit ontkenningsen bevestigingsreciet ontleent zijn naam aan de twee gedeelten van het eerste lid van de geloofsbelijdenis, die langs nauwkeurig voorgeschreven weg door het lichaam geleid moeten worden, ten einde de verdieping in het goddelijk wezen te bewerkstelligen. De practijk ervan wordt in de stukken helaas niet beschreven, zoodat niet kan worden nagegaan in hoeverre deze dikir overeenstemt met de gelijknamige „moeder van alle dikir" waarover de Sumatraansche heilige ' Abd alBaoef reeds schreef. *) Hier ook blijkt, dat de adept nog niet in staat wordt geacht persoonlijk aanraking met Allah te zoeken; na de formule van de geloofsbelijdenis wordt nog gezegd:

„Ik zie niet Heere Allah, ik zie niet het wezen van den verheven godsgezant, slechts het wezen des leeraars zie ik".

Geschriften waarin ook deze pasrah voorkwam, naast de reeds bovenvermelde formules, werden in vele afschriften onder de moerids verspreid a raison van ƒ 0.50 per exemplaar.

Waren zoo de voorloopige inwijdingsoefeningen voleindigd, dan moest men nog veertien dagen moetih, en daarna begaf zich de badal met den initiandus naar de woning van Noerhakims vertrouwensman Mohammad Ishak te Poerwakerta, die de noodige inlichtingen verschafte hoe te handelen en wat mede te brengen bij de eindplechtigheid. Deze had niet plaats in het huis van

1) Rinkes, Abdoerraoef van Singkel, bl. 72.

Sluiten