Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

zee, en het modern-Arabisch vuurgebed ook vandaar. Straks over deze gebeden uitvoeriger.

Ook in handschriften, die niet uit het milieu van de beide genoemde leeraars afkomstig zijn, komt Lengkong in de silsilahs voor. Daar is b.v. de Maleische primbon tareq Kamalijah, eveneens uit de coll. hss. van prof. Snouck Hurgronje, die beschreven is in den suppl. cat. der Maleische en Minangkabausche hss. der Leidsche bibliotheek *) ads een „oud, geheel gevocaliseerd, H. S. van een West-Javaschen primbon der dusgenaamde Kamalijah". In dat hs. gaat de geestelijke stamboom niet verder dan Noersalih van Dajeuh Loehoer, „die den Soesoehoenan van Salakêrta, Mangkcebeewana, opvoedde", 'en die in hetzelfde hs. even verder met hadji Mohammad pëkih van Batavia wordt gelijkgesteld. In de Malangjoeda-boekjes komt na Kjai Mas Daka van Lengkong s) eveneens Mohammad pekih, dan diens zoon Mas Soehada van Bëntar (Brebës), in een enkel exemplaar 3) dan kjai Setjaraga van Poerbalingga, vervolgens kjai AbdoelQadir te Giritjendana, kjai AbdoelWahid, përdikanhoofd te Badjawana kidoel, kjai DjamaloelDin te Tadjoeg (eveneens in Tjahjana), en daarna Malangjoeda-en de namen van zijn leerlingen, verschillend in de diverse exemplaren. Uit de aanteekeningen van prof. Snouck Hurgronje bij de namen blijkt, dat het graf van AbdoelQadir van Giritjendana beroemd en druk bezocht was; de op hem volgende tradent was de broeder van Malangjoeda's vader; de dan volgende kjai DjamaloelDin was geen familie van Malangjoeda, en overleed te Mekka. Volgens mededeeling van een man uit de de^a Makam waren hij en AbdoelWahid gelijkelijk leerlingen van AbdoelQadir en leerde Malangjoeda van AbdoelWahid.

In twee andere primbons, niet van deze serie, verschijnt Kjai Hasan Maulani daarentegen in een Sjattaritische silsilah.4)

Deze aanwijzingen doen ons het Lengkongsche pesantrenonderricht kennen als ouderwetsch-mylstiek, met sterk-magische bijmengselen.

1) Van de hand van Prof. Dr. Ph. S. van Ronkel, Leiden 1921, bl. K8, 129.

3) Kjai Mas Daka is wel een andere naam voor Kjai Hasan Maulani. Het in de tweede paragraaf van dit hoofdstuk als no. 25 opgenomen gebed ontleent waarschijnlijk/ zijn naam aan hem.

2) Hs. Malangjoeda F.

4) Jav. hss. coll. Prof. Snouck Hurgronje No. 83, een primbon uit Garoet, alwaar de leer overgaat op zekeren Djen alArif te Patjalahan, (Manondjaja); copie van een hs. verkregen uit Banjoemas (desa Kober, Poerwakerta) in Nov. 1889.

Sluiten