Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53

De vraag rijst van wien Kjai Hasan al de bovengenoemde Arabische gebeden had.

Nu is het type dezer gebeden in den geheelen Islam uiterst populair; in Doutté^s Magie et Relkjion dan&VAfrique du Nord b.v. wordt beschreven hoe een volledige !h i r z er uit behoort te zien. *)

Hij omschrijft deze afweermiddelen als „les a/mulettes qui sont, en quelque sorte, des incantations écrites".2) Zij beginnen met een verhaal waarin het vinden of verkrijgen van het amulet verteld wordt. Dit gedeelte is evenzeer integreerend als de eigenlijke incantaties, immers „la seule narration d'un fait déterminera un fait analogue".3) Daarna volgt gewoonlijk de da'wa, Moslimschkabbalistische aanroeping van de macht Gods, met de bezwering den bezweerder alles goeds te verschaffen, dikwijls voorafgegaan door Koranverzen, waarin Allahs wondermacht wordt verheerlijkt. Dan volgt wel een gebed, waarin de bidder zich beroept op de geheimzinnige kracht van bepaalde soerahs van den Koran, of op de letters, die aan het begin van een-aantal soerahs staan, .op de magische figuren, die den „grooten naam Gods" in zich sluiten, e.d. meer. Enkele dezer aliraz zijn over een aanzienlijk gedeelte van de Mohammedaansche wereld verbreid. Met geringe wijzigingen, die soms meer de eigenlijke incantaties dan de inleidende verhalen betreffen, vindt men dezelfde bezweringsgebeden ;overal in hooge waardeering. Daar is b.v. de h i r z sab'a 'uhüd,4) de bezwering der zeven afspraken, n.1. van Salomo met Umm alSibjan, waarin deze haar eigen ondeugden opsomt: verhinderen van zwangerschap en geboorte, veroorzaken van impotentie, en vooral ■ het loeren op kinderen. Aan Salomo, den heerscher óók over de djins, openbaart zij de formules, die tegen haar bescherming bieden kunnen.

Zeer bekend is ook de h i r z Murdjanah5), die door een i zwarte keukenslavin van Harün alRasjid gevonden werd in de

1) Hoofdstuk III en IV. Vgl. ook Studia Semitica et Orientalia, by seven members of Glasgow University Oriental Society, 1920, bl. 84—114: Some specimens of Moslem charms.

2) o. c, bl. 111, 112.

3) o. c, bl. 111.

4) Doutté o. c, bl. 111 en volg.

5) Studia Semitica et Orientalia, bl. -90 en volg. Doutté o. c, bl. 135 en volg., 153.

Depont et Coppolani, Les confréries religieuses Musulmancs. bl. 139, poot 2, 140.

Ahlwardt, Verzeichnis der Arab. Hss. Berlin III, bl. 416.

Sluiten