Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

Noerhakim, en even interessant, is wat er dan volgt in het boekje dat steeds Hirz alJamani genoemd wordt in de officieele rapporten, omdat van den inhoud vooral dat gebed op zoo' bijzondere wijze werd benut. Na de Arabische gebeden volgen n.1. een aanta! spreuken van zeer verschillende strekking, doch op enkele uitzonderingen na geheel van inheemschen oorsprong. Zij heeten afkomstig te zijn van AbdoélLatif van Soemedang, die 'bekend was om zijn ilmoe sepi, en schijnen werkelijk van Noerhakims leeringen deel uitgemaakt te hebben, daar zij ook voorkomen in een slechte en onvolledige copie van een Noerhakim-primbon, die door Holle verkregen werd. Hoewel zij dus niet behooren tot den geestelijken inventaris van Kjai Lengkong, dien wij in het bovenstaande gedeeltelijk beschreven, komt het ons het. beste voor, ze hier onmiddellijk te laten volgen, daar zij bij de tot nu besproken stof het best aansluiten. Zooals reeds gezegd, zijn deze djampe's grootendeels niet-Moslimsch. In enkele is echter de invloed van het Moslimsch milieu merkbaar (zie de No's 3, 7, 8, 12, 13), afgezien dan van het gebruik der basmalah, die zulke bezweringen dikwijls inleidt of ook wel besluit. Slechts No. 13 en No. 25 zijn zuiver Moslimsch, No. 13 sluit in woordkeus aan bij de eerste der Mu'awwidatani, de beide soerahs waarmee de Koran eindigt, No. 25 is een Arabisch gebed, de d ola i s m daka. Wij hebben in het onderstaande de volgorde van den tekst gewijzigd, en de djampe's groepsgewijze bijeen geplaatst. Eerst drie gebeden, voor de plaats waar gebaad wordt, voor de beblazing van het ter gelegenheid van de besnijdenis te baden kind, en voor het besnijdenismes. Dan een aantal gebeden voor diverse doeleinden (No. 410). Daarna die tegen gevreesde dieren, tijger, rhinoceros, krokodil, en'slang (No. 11-24), om met de doca ism daka, die zoowel tegen slangebeet als tegen waanzin en booze geesten helpt, te eindigen.

Behalve de in de noten geciteerde litteratuur is ter vergelijking Skeat's Malay Magie steeds interessant, hoewel de daar gegeven do'a's over het algemeen anders van taal en eenvoudiger zijn dan deze.

De hier beneden volgende bezweringsspreuken zijn in het Javaansch en in het Soendaneesch gesteld. Zij luiden als volgt:

1. anombal ënggon mandi. basmalah

boemi poetih djagat pasakit

Sluiten