Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7t

boejoet baliget ngaran ing lalagat

boejoet badigoel ngaran ing beboegèl baligoet

tan ana sira ngaran oraj lemboe

sang ratoe sadoeng aran ing hantoe

sang ratoe boengbang sitar aran ing desti

sang ratoe kapêndëm aran ing entjok

begawat pangisih tawa aran ing pandat

betara seda koemambang ngaran oewanira di pësaran agoeng

betara moenggël poetih taroes goemilang ngaran pamanira

di moeara

boeta kasoendoelan ngaran memeh oewanira kang ana di sirah tjai

sang karatak herang aran paman sia noe poelang anting milir moedik.

Dit zijn de namen van de broeders van den krokodil. Grootvader log heet de haai (zoo genoemd als men hem ziet in zee).

Grootvader zich uitspreidend heet de loeloen samak (opgerolde mat).

Grootvader kleefstof heet de lalagat.

Grootvader log heet de beboegël baligoet.

Gij zijt er niet heet de oraj lèmboe.

Groote vorst heet de hantoe.

Begraven vorst heet de entjok.

Bégawat heet de pandat (?).

Die drijvende sterft heet uw oom in de groote draaikolk.

Heer witte breker, aldoor schitterende, heet uw oom, die in de samenvloeiing der rivieren woont.

Booze geest van de engte heet uw oom aan den oorsprong van de rivier.

Heldere snuffelaar heet uw oom, die heen en weer stroom af en op gaat.

Door zijne familieleden bekend te maken hoopt men den krokodil baas te worden. De loeloen samak, letterlijk: opgerolde mat huist in rivierkolken (leuwi), en trekt de menschen naar beneden. Hij komt des Vrijdagsavonds daaruit en ontrolt zich, maar rolt zich weer op, wanneer deze djainpe gesproken wordt (Prof. S. H.). In Atjèh noemt men een dergelijken boosaardigen geest baleuëm beudé of bidé, in Minangkabau oela bidaj of badaj. *)

1) Dr. C. Snouck Hurgronje, The Achehnese I, bl. 409.

Sluiten