Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

Kruipend tooverding heet de oraj lemboe (de grootste slang, *) die in de Soendalanden voorkomt). Sang,serek saroepi (saroeni) heet de oraj lemboe. Vorst grootvader wenteling heet hij als hij koning is geworden. Wil niets doen!

20. ikilah do'a maring oraj lemboe. sang ratoe parapat herang aran tjai kardi swarga sang ratoe kanjoed poetih aran tjai geus tjor geboeh sang ratoe goentoer poetih aran noe aja di sirah tjai sang ratoe boengbang tawang aran noe aja di moeara tjai sang ratoe kalang herang aran noe aja di tëngah-tengah tjai oelah irak soedi ga we

aing menta tjotjoöah sia sang rajak-rajak sang loba anak top bae sang lontjang-lontjang sang lontjang-lontjang.

Gebed tegen de oraj lëmboe.

Vorst blanke viersprong (?) heet het water, het werk des hemels.

Vorst witte strooming (b.v. als het water beweegt door visschen) heet het water als het volop stroomt.

Vorst witte overstrooming is de naam van den geest van de bron der rivier.

Vorst ruim en wijd (?) is de naam van die bij de samenvloeiing der rivieren woont.

Vorst hélderkring (b.v. van weerspiegeling van zaken, b.v. zon in het water) is de naam van die is midden in het water.

Wil niets Öoen!

Ik verzoek (een van) die gij er op na houdt, groote heer, heer kinderrijk.

(Nu antwoordt hij quasi in naam van de oraj lëmboe: uw verzoek willig ik in) Neem maar,

21. ikilah do'aoela n-o elan (poenika pangoedangoedang maring oela).

basmalah

bok rara wingwang anak-anak pinggir dadalan sapa benta

1) Over slangenbijgeloof der Soendaneezen zie de aanteekéningen van Ardiwinata over: Bijgeloof in de Preangerregentschappen (uitgegeven en vertaald door J. Habbema in Bijdr. VI—7, bl. 100—139. en 8, bl. 604—630) tweede stuk, bl. 614 en volg.

Sluiten