Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

van lieden, die zijne mberids/waren, zonder daf er aanwijzingen zijn, dat ook deze geschriften van hem zijn uitgegaan, zullen wij er ons verder niet mede bezighouden, maar overgaan tot een wat breedere 'behandeling der Malangjoeda-primbons van het gewone type, die de wijsheid van dèn tareq Akmalijah of Kamalijah bevatten.

B. Het doorsnêe-type De inleidende wasijjat.

In deze Malangjoeda-boekjes van het doorsnêe-type ontleent Kjai Mas (of Panêmbahan) Daka van Lengkong zijn wetenschap rechtstreeks aan Soenan Kalidjaga. Deze leerde van Soenan Bonang, die weer bij Maulana Maghribi onderricht genoot. Maulana Maghribi en Praboe Sasmata leerden gelijkelijk van Sultan Danarasa van Egypte, tusschen wien en Hoesein slechts twee tradenten zijn. Hoe fraai deze geestelijke genealogie ook klinken mag, het is overbodig te zeggen, dat zij te mooi is om historische waarde te hebben. Wijst dit doorloopen der silsilah met wali's alleen erop, dat hier mystieke wijsheid in combinatie min of meer van eigen vinding wordt geboden?

Deze Akmalijah-wetenschap dient zich aan als ngelmoe njata, ngamal sampoerna, het klare weten en het volmaakte handelen, waarmee een paraphraseering van het woord Akmalijah bedoeld is. De voortreffelijkheid van dezen tareq wordt geadstrueerd door een wasijjat van Sjeich Saleh ibn Ahmad van Medina aan Mohammad Pekih te Batavia.4) Als product van Arabische origine is deze vermaning evenwel ondenkbaar, zooals uit den inhoud dadelijk blijken zal.

In totaal worden vijf tareqs opgesomd, n.1. Sjatari Mohammad, Sjatarijah, Naqisbandijah, Alip hoeroepijah, en Kamalijah, welk vijftal in verband wordt gebracht, met de vier rechtgeleide chaliefen en Mohammad, de vier letters van Mohammad en den „verheven naam" Allah, de vier rechtsscholen en den tasjdid. Volgens den uitleg, door een man uit Makam aan prof. Snouck Hurgronje gegeven, is in de eerste vier tareqs, waarbij de meesten blijven, alles daiil, hier beteekenend weg naar het doel, en bestaande in de verdeeling van allerlei naar imans, lichaamsdeelen, bloedsoorten, enz. In de vijfde is alles madloel, d. i. het doel waar men

1) Hs. Banjoemas No. 4B bl. 6 en volg.; No. 4D bl. 10 en volg.; hs. 137 W. 72 en volg., enz.

Sluiten