Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

tuur, *) en ook soms in jongere nog wel, *) is de juiste beteekenis der termen echter nog bekend.

De naam Woedjoedijah is vooral bekend uit Noer alDin alRaniri's strijdschriften tegen de mystiek van Hamza, Sjams alDin, en hunne volgelingen, die, naar illuster voorbeeld, eveneens „de philosophie met de mystiek vermengd hebben"") Zij leeren de identiteit van goddelijk en menschelijk zijn (wmdjoed), waardoor het onderscheid tusschen Schepper en schepsel wordt opgeheven. Deze aanvankelijke tegenstelling wordt in de Javaansche mystiek veelal aangeduid met de termen dienaar-Heer, Heerdienaar. Dat ook juiste herinneringen bij het overigens vaak zinloos combineeren van viertallen aanwezig zijn, leert hier de combinatie van woedjoedijah en het kennen van „het deel van dienaar en Heer". Met deze woorden is de mystiek van Hamza c. s. getypeerd. Hoe echt-Javaansch de uitdrukking Heer-dienaar ook geworden is, zij moet wel een vertaling zijn van de termen rabb en ' abri. Want ten eerste kan het woord goesti als godsdienstige term nooit oud zijn, daar het oorspronkelijk een lagere titel is, die nu eens niet de gewone vulgariseering en vervlakking van alle aanspraakwoorden gedeeld heef t, integendeel; al blijft natuurlijk de mogelijkheid, dat men met andere woorden eenzelfde verhouding heeft aangegeven.4) Ten tweede is rabb in de oudtijds op Java gelezen mystieke litteratuur zeer gewoon. Het is opmerkelijk hoe vaak juist bij Hamza gesproken wordt van Heer en dienaar. Kraemer heeft aangetoond,5) dat reeds vóór 'Abd alRaoef (f 1650) ") van Maleische auteurs invloed op het Javaansche geestesleven is uitgegaan. En Hamza is juist de auteur wiens lievelingswoorden rabb en e abd zijn.

TTb. v. cod. Mal. 1952, bl. 39, waar beide opinies als kufr bestempeld worden, en de door de orthodoxie geaccepteerde oplossing wordt toegelicht met het beeld van een kist, die slechts door de samenwerking van sleutel en hand kan worden geopend.

2) b. v. Wawütjan Soeloek Daka (Jav.) in Soend. hss. coll. Prof. Snouck Hurgronje No. 42, bl. 20.

3) Ibn Hadjar al Asqalani (naar Alüsi, D]ald) geciteerd bij Massignon, aMallaj I, bl. 392. Over Raniri als bestrijder van Hamza zie Kraemer, o. c, bl. 28 en volg. .

4) Wanneer gusti, oorspronkelijk aanspraaktitel der wecyas, Heer is gaan beteekenen, valt moeilijk uit te maken. In het Adipurana (cod 501«) bl. 10, 11, maken de dharmmaning agush en de dharmmaning «kawula deel uit van de achttien dharmma^s. Dit hs. is echter zeer jong, en wellicht het geschrift zelf ook. (Zie Pigeaud, De Tantu Panggelaran, bl. 305.)

6) OpCwiens invloed Rinkes in zijn Abdoerraoef van Singkel gewezen had.

Sluiten