Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

betrekken, dan dat men spoedig aan een einde zou zijn. Als twee centra van grcepeering kiezen wij hier de geloofsbelijdenis en de salat, daar aan die beide heel wat wordt vastgeknoopt. Uit de ter zijde gelaten mededeelingen is natuurlijk nog.meer te halen, maar de enkele niet zeer heldere kristallen, die uit de zwevende massa hier neerslaan, kunnen de samenstelling van het mengsel doen raden.

a. De sjahadat.

Naast de geloofsbelijdenis in haar Javaansche vertaling komen^ als „volmaakte belijdenis", tal van zeer afwijkende uitspraken voor, dikwijls onmiddellijk achter de gewone gevoegd, Een op zich zelf duidelijk voorbeeld hiervan luidt:

„Mijn eigen wezen is, en ik weet beweging en rust van mijn eigen wezen. Er is geen Heer dan de essentie van mijn wezen. Mohammad is het leven van mijn wezen, mijn zijn is één met dat van mijn Heer. Mijn bewegen is één met dat van mijn leidsman, den levenden leidsman, die de gezant mijns Heeren is."

Een „belijdenis van vóór de schepping van hemel en aarde" luidt als volgt:

i,Ik ben de schepper, de vrijmachtige heerscher, die alles omvat, het wezen van de vermenging van de moeder, wit, met het rood, den vader; het wezen van de belijdenis, dat er geen God is dan Allah. Dit is'de onuitgesproken belijdenis van het wezen des lichaams, de plaats (wé\=maqdni) van het hart dat is in eenheidsbelijden zonder één (tawhtd tanpa toenggal), mijn rasa, d.w.z. Allah, de gezant Gods, het allerwezenlijkste van het „Hij is de realiteit" (hoe haqq). De ware belijdenis, niet onderworpen aan dood, eeuwig, uiterst verheven, de sjahadat van geloof en eenheidsbelijdenis.

Mijn boek is de taal bij uitnemendheid, mijn plaats is de glans van het profeetschap, mijn woord is de uithuwelijking van het lichaam aan de ziel. Ik betuig mijn zijn; de beteekenis van „Mijn" is „Uw", de diepste beteekenis n.1.; want al wordt het groen, wit of zwart genoemd, het bestaat in eeuwigheid in deze en de andere wereld".

Ook de woorden van de sjahadat worden op zichzelf beschouwd, en als uiterste korte formuleeringen van geheele belijdenissen dieper ontleed. Zoo beteekent Allahoe, het vierde woord der belijdenis:

„Het wezen is wit, zuiver, helder, rein, eeuwig. In de eeuwigheid

Sluiten