Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar zie, in al wat ik vermeldde, niet naar het wezen beschouwd, ben ik de dienaar die terugkeert bij zijn Heer, Arm, ellendig, laag, vernederd, geboeid in zonden door banden van overtreding." Het spreekt vanzelf, dat waar de salat als eerbiedsbetoon met het aannemen van twee personen in bepaalde verhouding staat of valt, bij streng monistische beschouwing zij als geheel zinloos wegvallen moet. Wanneer zij toch behouden blijft, kan dit geschieden, doordat zij een geheel nieuwe verklaring verkrijgt, die haar het oorspronkelijk karakter feitelijk geheel ontneemt. *)

Ook kan zij haar waarde behouden als middel om in de eenheid op te gaan, zocdat zij dan ook als de ontmoeting van dienaar en Heer kan worden gekenschetst. In de Indonesische mystiek is het vooral Hamza die ten dezen zooveel mogelijk binnen de orthodoxe perken tracht te blijven, en die de salat, als paedagogisch hulpmiddel, of hoe dan ook, geenszins versmaadt. Waarom ook zou de salat hem, die zich beroemt een eeuwige vereeniging te smakèn, niet het „hoog leven der momenten" geboden hebben. )

Bij alDjili daarentegen is de salat geworden uitdrukking van de eenheid der goddelijke realiteit Cibdrah can rvdhidijat alhaqq taLdld). De ervoor vereischte ritueele reinheid is de aanduiding van reinheid van het zijn aanklevende tekortkomingen. Het voor de ablutie benoodigde water duidt aan, dat die tekortkomingen eerst worden weggenomen door het doorwerken der goddelijke eigenschappen, die het leven van dat zijn uitmaken; immers het water is het geheim des levens. s) Het in acht nemen der qïblah wijst op het zich richten naar het al omvattende bij het zoeken van de goddelijke realiteit; de nijah op volledige inschakeling van het binnenste daarbij. De takbirat ulihrdm wijst erop, dat de goddelijke heerlijkheid uitgaat boven en meer omvat dan elke manifestatie daarvan, en dat zij daaruit niet valt te definieeren.. Het reciet van de fdtihah wijst op het bestaan van Zijn volmaaktheid in den mensch, daar deze de „openende" van het bestaan is, waarmee God de sloten der bestaande dingen opent, enz. Van de salatbewegingen zij hier alleen de verklaring van het

1) Cf. Friedrich Heiier, Das Gebet, bl. 202 en volg.

2) Zie aanteekening 3.

3) Het oeroud geloof aan het water als het levenselement kan dus bJer zelfs nog dienst doen. In ms. M. P. No. 235 der Bibl. Nat. te Parijs, bl. 11, heet de heer van het element water muhji, die van het vuur 'alim, van de lucht qawi, die van de aarde haktm.

Sluiten