Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

den één, en één wordt wèer twee. De groet: assaldmu 'alaikurn wil zeggen: sëlamet van mijn lichaam en ziel; warahmatulldh: mijn geest ontvangt genade; wabarakdtuhu: en zegeningen van mijn Heer. Iman moedjmal behoort bij de ziel, en iman moenpasal bij het lichaam en den geest. Deze verkrijgen het heil en ontvangen de genade door de werken des Heeren te verrichten.

Deze speculatie over het aantal der salats en der rak'ahs ontdekt dus den dieperen zin van den fa' abbud der salat, en brengt ook haar zegenrijke werking aan den dag. Met het ontvangen der genade is niet anders bedoeld dan het verkrijgen der naegraha, zich één te voelen met God. Door de twee soennah-rak'ahs vóór de salat wordt op de aan deze begenadiging voorafgaande dualiteit gewezen, en door den laatsten vredesgroet op den terugkeer daarheen. Maar de salat zelve is één noch twee, maar twee-eenheid, de ontmoeting van dienaar en Heer.

4. De primbon van een leerling van Noerhakim.

Behalve de in het begin van dit hoofdstuk uitvoerig besproken verzameling, die naar deri 'hirz alJamani genoemd is, is er nog een exemplaar van een uit het milieu van Noerhakim afkomstig geschrift, dat echter niet tot de in beslag genomen geschriften behoort, doch uit Bandoeng verkregen werd.

Het begin van dit handschrift is van gemengden inhoud, en bevat de 'beschrijving van de voortreffelijkheden van enkele salats, en de nijahs daarvoor. De grootste plaats in dit geschrift wordt echter ingenomen door een zeer breed opgezette uiteenzetting van de leer der zeven graden. De methode, die de auteur bij zijn behandeling gekozen heeft, is een goede illustratie van de wijze waarop in de primbons van gedachte op gedachte wordt overgegaan zonder dat hiervoor meer aanleiding is dan een min of meer toevallige overeenkomst van benaming, zonder eenigen innerlijken samenhang naar ons besef.

Het schema wordt door de zeven graden geboden. Telkens wordt dan opgegeven waarin iedere graad zich openbaart, en over hetgeen dan genoemd is wordt weer verder uitgeweid. Uitspraken aan den Koran ontleend, woorden van den profeet en andere autoriteiten breken zoo nu en dan het aaneenrijgen van al deze opsommingen. Men krijgt den indruk dat alle materiaal waarover deze peinzer beschikte, in dit schema is ingeperst. Dat er vaak geen reden was het gebodene nu juist daar mede te deelen, deerde

Sluiten